De aardbeving en tsunami en daaropvolgende problemen met de kerncentrales in Japan zijn niet alleen voor mensen reden tot zorg. Recentelijk onderzoek toont aan dat ook huisdieren – en dan in het bijzonder honden – nog heel lang hinder ondervonden van de gebeurtenissen van 11 maart 2011 en wat daarop volgde.

Op 11 maart 2011 vond op zo’n 132 kilometer voor de kust van Sendai, Japan, één van de zwaarste aardbevingen ooit plaats. De schok had een kracht van 9 op de schaal van Richter en veroorzaakte 15.850 slachtoffers. Volgens de officiële cijfers vielen nog eens meer dan 6000 gewonden.

Reactor
Maar dat was nog maar het begin. De zware tsunami die de Fukushima-reactoren overspoelde, vernietigde de noodgeneratoren van de koelinstallatie. De temperatuur in de kernreactoren liep snel op en door het opgehoopte waterstofgas ontploften drie reactorgebouwen. Volgens de berekeningen van Tepco, de beheerder van de kerncentrale in Fukushima, kwam zo’n 900,000 terabecquerel vrij in de lucht, één zesde van de vrijgekomen radioactiviteit in Tsjernobyl (1986).

Huisdieren
Tussen de 160.000 en 200.000 mensen werden geëvacueerd in een straal van 50 kilometer rond het rampgebied. Het straatbeeld veranderde in één klap in een apocalyptische woestijn. De mensen werden geëvacueerd, maar wat gebeurde met hun ruim 6000 huisdieren?

Nieuwe levensomstandigheden, grote impact
Onderzoekers van de Axabu University in Japan vergeleken het gedrag van Fukushima-honden met honden uit het Kanagawa-district, een gebied dat niet werd getroffen door de ramp. De honden uit Fukushima werden door de ramp niet alleen in de steek gelaten door hun familie, ze werden ook plots gedwongen om in nieuwe levensomstandigheden te gaan leven. Dat dit een grote impact zou hebben op de honden is geen verrassing, omdat het gezelschap van mensen onmisbaar is voor de normale gedragswijzen en stressreacties bij honden. Eerder werd aangetoond in een studie met mensen dat chronische stress de oorzaak is van psychische stoornissen en de ontregeling van het neuro-endocriene systeem.

Posttraumatische stressstoornis (PTSS)
Honden uit Fukushima waren significant minder agressief tegen vreemde mensen en honden en vertoonden mindere hechtingsdrang. De honden waren ook aantoonbaar minder makkelijk te trainen. Deze laatste twee kenmerken komen ook voor bij mensen met een posttraumatische stressstoornis (PTSS). Dit wordt veroorzaakt door een overproductie van cortisol, het stresshormoon. Cortisol komt vrij uit de bijnierschors bij elke vorm van stress, zowel fysisch als psychisch.

Deze grafiek laat duidelijk zien dat Fukushima-honden heel anders reageren dan honden uit een ander Japans district. Bron: Nagasawa M, Mogi K & T Kikusui 2012. Continued Distress among Abandoned Dogs in Fukushima. Scientific Reports 2| 724: 1-3.

Onverwachte cortisolconcentraties
De onderzoekers wilden nagaan welke hormonale veranderingen de Fukushima-honden hadden beïnvloed. Daarom werden de cortisolconcentraties in de urine van alle bestudeerde honden geregistreerd. Honden met meer agressief gedrag vertonen over het algemeen hogere cortisolconcentraties. In deze studie hadden honden met hogere concentraties aan cortisol niet minder agressie. Hoewel de Fukushima-honden onder extreme stress stonden, uitte zich dit niet direct in een agressief gedrag. Uit eerdere studies met honden die in een dierenasiel werden geplaatst blijkt dat de initiële hoge productie van cortisol veroorzaakt door stress (nieuwe omgeving) na drie dagen afneemt (aanpassing aan de nieuwe omgeving). Dit werd niet waargenomen in deze studie: de cortisolwaarden bleven ongewoon hoog, zelfs na tien weken aangepaste verzorging.

Concentraties cortisol in de urine van Fukushima-honden en een controlegroep honden. Bron: Nagasawa M, Mogi K & T Kikusui 2012. Continued Distress among Abandoned Dogs in Fukushima. Scientific Reports 2| 724: 1-3.

Het is moeilijk om uit te maken wat nu precies het effect is geweest van de ramp. Hoe hard hebben de honden geleden van het feit dat ze werden achtergelaten door hun baasjes? Zijn er verschillen tussen jonge en oudere honden? En heeft de specifieke plaats waar de verschillende honden werden achtergelaten een rol gespeeld? Veel onopgeloste vragen, al is het al wel duidelijk dat honden die Fukushima hebben overleefd zonder hun ‘families’ onder zware stress hebben gestaan, en dit gedurende een periode van (minstens) enkele maanden. En het verhaal van de hond staat niet op zichzelf. Eerder dit jaar werden studies gepubliceerd waaruit bleek dat de blauwvintonijn radioactiviteit van Fukushima verspreidt tot aan de westkust van de Verenigde Staten en dat een bepaalde vlindersoort fysiologische en genetische veranderingen heeft ondergaan onder invloed van de vrijgekomen straling.

Bovenstaand artikel is geschreven door Danny Haelewaters (1983). Haelewaters is sinds juli 2012 als PhD-student werkzaam aan het Farlow Herbarium (van de Harvard University Herbaria, Cambridge – USA).