Finse duikers stuitten bij toeval op het 400 jaar oude scheepswrak dat in opmerkelijk goede staat verkeert.

Duikers kwamen voor een grote verrassing te staan toen ze in de Finse Golf – de oostelijke uitloper van de Oostzee – een bijzonder wrak aantroffen. Hoewel ze eigenlijk op zoek waren naar enkele vermeende scheepswrakken uit de Eerste of Tweede Wereldoorlog, bleek er op 85 meter diepte een 400 jaar oud Nederlands fluitschip verborgen te liggen. Het schip bevindt zich in opmerkelijk goede staat. En dat maakt deze vondst een waar pareltje.

Ontdekking
Finse duikers troffen het schip aan terwijl het met de vlakke kiel op de zeebodem rustte met het grootste deel van haar tuigage verspreid eromheen. De ontdekking van het schip is erg bijzonder. “Het lijkt op een vroeg type fluit,” vertelt onderzoeker Juha Flinkman aan Scientias.nl. De onderzoeker baseert dit op enkele unieke kenmerken, niet in de laatste plaats de bijzondere constructie van het achterschip. “Ondanks dat dit scheepstype heel gewoon was, hebben maar weinig schepen de tand des tijds weten te doorstaan,” gaat Flinkman verder. “Bovendien zijn er nog veel minder wrakken zo goed bewaard gebleven. De staat van dit scheepswrak dat bijna 400 jaar oud is, is gewoon verbazingwekkend. Zelfs voor ons was dit bijzonder. En wij zijn aardig bekend met goed bewaarde wrakken in de noordelijke Oostzee.”


Een foto een deel van het ontdekte schip. Afbeelding: Badewanne.fi

Het was voor de onderzoekers dan ook een grote verrassing toen ze bij toeval op het oude scheepswrak stuitten. Verwacht werd dat het zou gaan om een vroege mijnenveger uit de Eerste Wereldoorlog of een gezonken schoener uit de Tweede Wereldoorlog. “We troffen het wrak aan langs een bekend mijnenveld dat tijdens de Eerste Wereldoorlog is aangelegd,” vertelt Flinkman. En dus hadden ze niet gedacht dat het hier om een 17e-eeuws, Nederlands koopvaardijschip zou gaan. “Onze eerste gedachte was echt: wow!”

Oostzee
Het fluitschip was in zijn tijd een belangrijk schip. Hoe dat zit? Vanaf de Middeleeuwen is de Oostzee een steeds belangrijkere handelsroute geworden. Hollanders en Engelsen hadden eindeloze voorraden hout, teer en hennep nodig; goederen die alom beschikbaar waren rond de Oostzee. Gedurende de zeventiende eeuw kreeg de vernuftige koopvaardijvloot van de Nederlandse Republiek de volledige controle over deze handel. En de Nederlanders vertrouwden daarbij met name op één scheepstype dat uiteindelijk uitgroeide tot de steunpilaar van de handel: het Nederlands fluitschip.

Meer over het fluitschip
Een fluitschip – of fluit – is eigenlijk een lang zeilschip, uitgerust met drie masten, een platte bodem, een brede buik, smal dek en een ronde achtersteven. Kanonnen zaten er niet op maar er was meer dan genoeg ruimte voor vracht. Bovendien maakten fluitschepen gebruik van een zeer nieuw en geavanceerde tuigage met slim ontworpen takelsystemen om de ra’s en zeilen te hijsen. Hierdoor was er veel minder bemanning dan op eerdere scheepstypen nodig, wat de handel nog winstgevender maakte. De fluitschepen waren met name dominant in de Baltische handel gedurende eind zestiende eeuw tot het midden van de achttiende eeuw.

Opvallend genoeg is het nieuw ontdekte fluitschip slechts heel gering beschadigd geraakt door wat rondzwemmende diepzeevissen. Daarnaast lijkt het sleepnet over het schip te hebben gesleept, waardoor het voorsteven is verplaatst. Hierdoor hebben het achterdek en het bovenste deel van de dorpel ook wat kleine beschadigingen opgelopen. Afgezien hiervan, is het wrak vrijwel volledig intact, zijn de ruimen vol en zit alle zijbeplanking stevig op zijn plaats. Zelfs de beschadigde onderdelen en componenten van de dorpelversieringen – zoals de ‘Hoekmannen’ of de ‘Sterke mannen’ – bevinden zich nog steeds netjes op de bodem achter het achterschip. “Dat het schip zo goed bewaard is gebleven is natuurlijk opmerkelijk,” zegt Flinkman. “Het had in veel grotere mate beschadigd kunnen zijn of zelfs volledig verwoest door de pelagische visserij. Maar de schade valt nu echt reuze mee.”


Intact
Dat het schip zo prachtig bewaard is gebleven en vrijwel intact is, is grotendeels te danken aan de Oostzee zelf. “De Oostzee kent een laag zout- en zuurstofgehalte,” legt Flinkman desgevraagd uit. “Bovendien is het er heel koud en donker.” Hierdoor kunnen wrakken eeuwenlang in goede staat blijven, zonder aangetast te worden door chemische, biochemische en biologische rottingsprocessen. Maar misschien nog wel het belangrijkste is dat hout-etende wormen – zoals scheepswormen – niet in dergelijke omstandigheden kunnen overleven. Het betekent dat wrakken in de Oostzee dus goed bewaard blijven. Veel beter dan scheepswrakken in gematigde zeeën, waar ze – als ze niet in sedimenten begraven liggen – vaak al binnen enkele decennia volledig verdwenen zijn.

Gezonken
Waarom het ontdekte Nederlandse fluitschip precies is gezonken, durven de onderzoekers niet te zeggen. “We hebben echt geen idee,” zegt Flinkman. Wel sluit de onderzoeker een mogelijkheid uit. “Het schip kan niet tegen de bodem zijn gestoten,” zegt hij, “want ze ligt in het midden van de Finse Golf, ver uit de kust.”

Wat er zich precies aan boord van het schip bevindt, zal toekomstig onderzoek moeten uitwijzen. Maar op een prachtige schat moeten we niet teveel hopen. “We weten nog niet wat de vracht van het schip is, aangezien we de precieze identiteit van het schip nog niet kennen,” zegt Flinkman. “Maar ga maar niet uit van een schat, aangezien 99,9999 procent van de schepen die helaas nooit hebben vervoerd.” Onderzoek naar het schip gaat in ieder geval door. Want het prachtige bewaard gebleven wrak biedt een unieke kans om de ontwikkeling van een scheepstype te onderzoeken dat over de hele wereld voer en het instrument werd waarmee de basis werd gelegd voor de vroegmoderne globalisering.