Nog niet eerder zijn onderzoekers er live getuige van geweest dat dit redelijk mysterieuze organisme sporen vormt.

In het filmpje is een hoofdrol weggelegd voor Pythium insidiosum. Het organisme kan gerekend worden tot de Oomyceten, wat zoveel betekent als ‘ei schimmels’. Die naam is echter ietwat misleidend; Oomyceten lijken – doordat ze draden vormen – wel op een schimmel, maar zijn dat niet. Bijzonder zijn de organismen zeker wel. Ze vormen ei-achtige, vrouwelijke structuren die niet zelfstandig kunnen bewegen en bevrucht worden door mannelijke cellen. Daarnaast – en dat zien we in het filmpje gebeuren – kunnen ze aseksuele sporen vormen. Deze sporen hebben twee staarten en kunnen zich zo – al zwemmend – door het water verspreiden.

Bijzonder
Dat de vorming van deze sporen nu live is vastgelegd, is bijzonder, zo legt Sarah Ahmed, verbonden aan het Westerdijk Fungal Biodiversity Institute uit. “Niemand heeft zulke structuren eerder levend en sporevormend gezien.”


Om het filmpje te kunnen maken, moest natuurlijk wel het nodige voorbereidende werk worden gedaan. Ahmed maakte het filmpje en vertelt: “Om de sporevorming te stimuleren, moesten we er eerst voor zorgen dat gras met dit organisme geïnfecteerd werd. Daarna voegden we een oplossing toe die de sporevorming bevordert en wachtten we zeker 2 uur om de sporevorming op gang te laten komen. Het is niet heel lastig allemaal, maar niemand had verwacht dat het zou werken met gras dat we gewoon uit de tuin hadden gehaald.” Met een speciale camera werd vastgelegd hoe de Oomyceet sporen begon te vormen. De sporen hebben een diameter van 10 tot 12 micrometer en wie goed kijkt, ziet ze in het filmpje als ‘dunne’ haartjes opduiken nabij de duidelijk zichtbare ei-achtige structuren.

Atlas
Het filmpje maakt onderdeel uit van de ‘Atlas of Clinical Fungi‘: een meer dan 3000 pagina’s tellend boekwerk, samengesteld door onderzoekers van onder meer het Westerdijk Instituut, met daarin ziekmakende schimmels. “In de Atlas of Clinical Fungi proberen we alle schimmels die dieren en mensen ziek kunnen maken te beschrijven, om zo artsen en mycologen te helpen om deze correct te identificeren en infecties juist te diagnosticeren,” legt Ahmed uit. “In de Atlas staan rond de 600 klinisch belangrijke schimmels en oomyceten.”


Moeraskanker
Dat P. insidiosium een plekje in deze atlas verdient, staat buiten kijf. Want het organisme kan een hoop ellende veroorzaken. De soort – die alleen voorkomt in tropische gebieden – is bekend vanwege het veroorzaken van ‘moeraskanker’ bij paarden, vee en honden. Middels kleine wondjes dringt de schimmel bij deze dieren naar binnen, waarna deze een enorme tumor vormt. Wanneer er niet tijdig wordt ingegrepen en de schimmel zich verder door het lichaam kan verspreiden, is behandeling niet langer mogelijk. Zo af en toe infecteert de schimmel bovendien mensen. Daarbij kan de schimmel verschillende – soms levensbedreigende – infecties veroorzaken.

Andere Oomyceten
P. insidiosium is wat dat betreft niet alleen; er zijn nog veel meer Oomyceten die voor heel veel ellende kunnen zorgen. Wellicht bekendere voorbeelden zijn de Oomyceet Phytophthora infestans en Plasmopara viticola. De eerstgenoemde verwoestte in 1846 in een week tijd de complete Ierse aardappeloogst. Het leidde tot een hongersnood die bijna een miljoen Ieren fataal werd. De laatstgenoemde vernietigde al eens bijna de Franse druivenoogst.

Meer onderzoek naar deze bijzondere organismen is volgens Ahmed hard nodig. Daarnaast is het belangrijk dat er ook in de medische wereld meer aandacht komt voor de Oomyceten. Volgens Ahmed wordt het aantal infecties op naam van deze organismen momenteel zwaar onderschat, doordat men zich er vaak simpelweg niet van bewust is dat infecties door Oomyceten worden veroorzaakt. Dat de organismen voornamelijk voorkomen in tropische en subtropische gebieden waar de middelen om deze organismen te onderzoeken en infecties juist te diagnosticeren vaak ontbreken, helpt natuurlijk ook niet mee. De atlas en fascinerende beelden die Ahmed hiervoor maakte, moeten ervoor zorgen dat onder meer de raadselachtige Oomyceten – met name in een klinische setting – eindelijk de aandacht krijgen die zij verdienen.