Hun manieren om de grond te bemesten drukken nog altijd een stempel op de biodiversiteit in de Amazone.

Lang voor Columbus het Amerikaanse continent ontdekte, leefden er in de uitgestrekte Amazone mensen die aldaar hun eigen voedsel verbouwden. Om het meeste uit hun akkers te halen, ontwikkelden ze een bijzondere manier van bemesten. Ze vermengden de aarde met houtskool en voedselresten, waardoor op sommige plekken een tot op de dag van vandaag zichtbare donkere aardlaag ontstond. En die aardlaag is nog altijd van invloed op de biodiversiteit in de Amazone, zo stelt een internationaal team van onderzoekers in het blad Global Ecology and Biogeography.

Veldonderzoek
De onderzoekers trekken hun conclusies op basis van veldonderzoek. Ze reisden af naar de Amazone en vergeleken er de met houtskool en voedselresten vermengde grond met grond die niet door de oude boeren was bewerkt. En ze keken wat er precies op die grond groeide. Ze ontdekten dat de donkere – met onder meer houtskool doordrongen – aarde een veel hoger pH had en meer voedingsstoffen herbergde. De grond was dan ook veel vruchtbaarder dan de grond die de oude boeren niet onder handen hadden genomen.


Op de donkere aarde bleken verder heel andere plantsoorten voor te komen dan op de onbewerkte grond en zo draagt de donkere aarde bij aan de biodiversiteit van het gebied, aldus de onderzoekers. Zo groeiden op de bewerkte aarde bijvoorbeeld veel meer eetbare plantsoorten en bomen met eetbare vruchten.

Nalatenschap
Het onderzoek onthult voor het eerst in welke mate de precolumbiaanse boeren van invloed waren op de biodiversiteit van de Amazone. “Precolumbiaanse inheemse mensen, die de voedselarme grond van de Amazone gedurende zeker 5000 jaar bemestten, hebben met de donkere aarde een indrukwekkende nalatenschap gecreëerd,” stelt onderzoeker Ben Hur Marimon Junior.

Afbeelding: Ben Hur Marimon Junior.

Verlaten
Aangenomen wordt dat de oude boeren de donkere aarde gebruikten om diverse gewassen te verbouwen. En ondertussen werd in de naastgelegen bossen zonder donkere aarde aan zogenoemde boslandbouw gedaan. Hierbij wordt bosbouw en landbouw in één gebied met elkaar gecombineerd. Het moet een succes zijn geweest. Maar nadat de Europeanen het gebied koloniseerden, stortten de inheemse populaties in en werden de met zorg bewerkte akkers verlaten.


Weer in gebruik genomen
Vandaag de dag zijn er echter weer (inheemse) mensen die op de door de precolumbiaanse boeren bewerkte akkertjes met succes hun gewassen verbouwen. Aangenomen wordt echter dat slechts een fractie van de precolumbiaanse akkers weer in gebruik is; een groot deel ervan zou nog in de Amazone verstopt zitten en daar – ongezien – nog altijd bijdragen aan de groei van bomen en de regionale biodiversiteit.

Hoewel de Precolumbiaanse boeren zo middels hun donkere aarde al vele eeuwen hun stempel op de Amazone drukken, wordt hun nalatenschap vandaag de dag bedreigd. De gebieden met de kenmerkende donkere aarde en alles wat daarop groeit vallen steeds vaker ten prooi aan bijvoorbeeld illegale houtkap. Afgaand op wat we nu – dankzij onder meer dit onderzoek – van de donkere aarde weten, zou dat absoluut niet mogen gebeuren, zo stellen de onderzoekers. De donkere aarde en de rijke vegetatie die daarop te vinden is, is namelijk niet alleen cultureel, maar ook biologisch gezien van grote waarde en moet volgens de wetenschappers dan ook voor toekomstige generaties behouden worden.