Het is één van de belangrijkste kenmerken uit onze evolutie: het groter worden van ons brein. En het werd mogelijk gemaakt door een slimme uitvinding van vrouwen in de Steentijd: de draagdoek. Tenminste, dat beweert de Britse onderzoeker Timothy Taylor. Hij doet zijn opmerkelijke theorie in het boek The Artificial Ape uit de doeken.

Volgens Taylor werd de draagdoek zo’n 2,2 miljoen jaar geleden uitgevonden. In diezelfde tijd groeide het menselijk brein sterk. En dat is geen toeval, zo meent Taylor. De draagdoek zorgde ervoor dat moeders voortaan hun kind konden dragen zonder dat ze daardoor kwetsbaarder of achtergesteld werden. Daarvoor moesten vrouwen hun kind vasthouden en konden ze zich niet verweren, noch werken.

Kangoeroe
“De vrouwelijke voorouders van de moderne mens werden een soort buideldieren,” meent onderzoeker Taylor. Ze ontwikkelden een draagdoek waarmee ze hun baby altijd – net als een kangoeroe – dichtbij zich konden houden. Doordat de kinderen zo beschermd werden, hadden ze meer tijd om te groeien. De dracht werd als het ware verlengd.

Dracht
Daarvoor stopte de dracht op het moment dat het kind ter wereld kwam. In die tijd overleefden ook vooral de baby’s die sterk waren en zich fysiek konden redden. Zij hoefden niet zolang door hun moeder te worden rondgedragen en hadden dus een grotere overlevingskans. De zwakkere kindjes waren veelal kansloos. Tot de draagdoek kwam.

Barrière
Doordat de dracht door de draagdoek verlengd werd, hadden de kindjes meer tijd om zich te ontwikkelen en te groeien. Gevolg: hun hoofd en hersenen werden groter. “De uitvinding van de draagdoek stond baby’s toe om succesvol buiten het lichaam van de vrouw te groeien. Hiermee werd de barrière naar een groter hoofd en meer hersenen weggenomen.”

“Dankzij de draagdoek werden onze voorouders slimmer,” concludeert Taylor.