Niet onze sociale contacten, maar ons dieet hielp ons aan een groot brein. Dat suggereert een nieuw onderzoek.

Wetenschappers bestudeerden meer dan 140 soorten primaten en keken onder meer naar hun dieet en hun sociale netwerken. Het onderzoek suggereert dat de omvang van het brein beter voorspeld kan worden door het dieet van primaten dan door hun sociale netwerk.

De verschillen
Wat verder opvalt, is dat primaten die fruit of fruit en/of bladeren eten, grotere hersenen hebben dan primaten die alleen bladeren eten. En het brein van omnivoren (zij eten bladeren, fruit en andere kleine dieren) bleek ietsje groter te zijn dan dat van de primaten die alleen bladeren eten.

Fruit is lastiger te verkrijgen
Het is volgens de onderzoekers niet zo dat het eten van fruit an sich leidt tot een groter brein. In plaats daarvan lijkt het verkrijgen van dat voedsel een groter brein te vereisen. Ze wijzen erop dat fruit vaak maar in beperkte delen van het leefgebied van primaten te vinden is en tevens niet het jaarrond voorhanden is. Bovendien is de consumptie ervan vaak wat lastiger, omdat het zich op moeilijk bereikbare plekken bevindt en/of nog uit een beschermend jasje moet worden gehaald. “Die factoren kunnen samen leiden tot de vraag naar een relatief grotere cognitieve complexiteit en flexibiliteit onder soorten die fruit eten,” stellen de onderzoekers.

De resultaten trekken de sociaal brein-hypothese in twijfel. Deze hypothese stelt dat mensen een groot brein ontwikkelden, omdat ze alleen zo hun groeiende sociale netwerk konden handhaven. Dat onderzoekers lang dachten dat het sociale netwerk de drijvende kracht achter een groter brein was, is goed te verklaren, legt onderzoeker Alex DeCasien uit. “Complexe strategieën om voedsel te bemachtigen, sociale structuren en cognitieve vaardigheden co-evolueerden waarschijnlijk gedurende de evolutie van primaten. Maar als de vraag is: welke factor – het dieet of de sociale contacten – is belangrijker als het gaat om het bepalen van de omvang van het brein van een primaat, dan suggereert ons onderzoek dat het dieet belangrijker is.”