waterijs

Poolonderzoekers van onder meer de Universiteit Utrecht hebben in de ijskap van zuidoost-Groenland een permanente laag vloeibaar water ontdekt die zich honderden kilometers uitstrekt. Het is voor het eerst dat zo’n waterhoudende laag in het koude poolgebied is aangetroffen.

Kaart van zuid-Groenland met daarop de route van de traverse die de aquifer ontdekte (rode lijn), de route die het radarvliegtuig volgde om de uitgestrektheid van de aquifer in kaart te brengen (grijze lijnen), de plaatsen waar met radar een aquifer werd aangetroffen (zwarte punten) en het gebied met de voorspelling van de hoeveelheid vloeibaar water (kleuren, zie legenda). Beeld: Universiteit Utrecht

Kaart van zuid-Groenland met daarop de route van de traverse die de aquifer ontdekte (rode lijn), de route die het radarvliegtuig volgde om de uitgestrektheid van de aquifer in kaart te brengen (grijze lijnen), de plaatsen waar met radar een aquifer werd aangetroffen (zwarte punten) en het gebied met de voorspelling van de hoeveelheid vloeibaar water (kleuren, zie legenda). Beeld: Universiteit Utrecht

De waterhoudende laag in het koude poolgebied is op zo’n vijf tot vijfentwintig meter onder het sneeuwoppervlak ontdekt en bestaat uit verzadigde sneeuw die het water vasthoudt en slechts mondjesmaat naar beneden laat doorsijpelen. Glaciologen hebben berekend dat de waterlaag een oppervlakte van ongeveer 70.000 vierkante kilometer beslaat, bijna tweemaal de oppervlakte van Nederland.

Aquifer
Dat een waterhoudende laag, ook wel aquifers genoemd, zich ook in de veel koudere poolgebieden kunnen bevinden is onverwacht. Aquifers waren tot nu toe alleen aangetroffen in poreuze gesteenten en in het sneeuwpakket van gletsjers buiten de poolgebieden. Bestaat de mogelijkheid dat er ook aquifers aanwezig zijn op de Noordpool en de Zuidpool? “Op de Noordpool kan zich geen aquifer vormen, omdat de sneeuwlaag niet dik genoeg kan worden. Dit komt doordat de Noordpool bedekt is met zee-ijs. Op de Zuidpool ligt wel een grote ijskap (landijs), maar daar is het nu nog te koud en te droog voor de vorming van aquifers. Wellicht dat in een warmer en natter (meer sneeuwval) toekomstig klimaat zich op de Antarctische ijskap wel aquifers gaan vormen,” vertelt Michiel van den Broeke hoogleraar Polaire Meteorologie aan de Universiteit Utrecht aan scientias.nl.

Isolatie
De Utrechtse glaciologen onderzochten hoe het vloeibare water zich in deze omstandigheden kan handhaven. Om in koude omstandigheden – in zuidoost-Groenland is de jaargemiddelde luchttemperatuur tien tot vijfentwintig graden onder nul – een permanente waterlaag op deze diepte te vormen, is er een combinatie van veel sneeuwval in de winter en veel smelting in de zomer nodig. De wintersneeuw isoleert de waterlaag van de koude atmosfeer, zodat deze niet bevriest. De zomersmelt vult de aquifer ieder jaar bij. Deze bijzondere combinatie kan alleen worden aangetroffen in zuidoost-Groenland.

Water en ijs

Waar ijs bestaat, is water meestal niet ver weg. Zo blijkt ook als we, naast de pas gevonden aquifer, naar andere bijzondere natuurfenomenen kijken. Eerder dit jaar zijn er op Groenland subglaciale meren ontdekt. Glacioloog Jason Box ontdekte een moulin in het ijskoude Groenland.

Of de aquifer een resultaat is van de recente opwarming is nog onduidelijk. “Computerberekeningen moeten dat uitwijzen en daar wordt nu aan de Universiteit Utrecht aan gewerkt.” De Groenlandse ijskap is, na die van Antarctica, de grootste op aarde. De ijskap is voor ongeveer negentig procent bedekt met een twintig tot honderd meter dikke laag samengeperste sneeuw en bevat voldoende water om wereldwijd de zeespiegel met ongeveer zeven meter te laten stijgen. “De atmosfeer boven de Groenlandse ijskap is de afgelopen decennia met ongeveer twee graden opgewarmd en dat is meer dan het wereldgemiddelde. Dat heeft geleid tot sterke smelting en een massaverlies van de ijskap dat momenteel ongeveer 300 kubieke kilometer ijs per jaar bedraagt. Goed voor een kwart van de totale mondiale zeespiegelstijging,” aldus van den Broeke.