Tot voor kort werden baarmoedertransplantaties alleen mogelijk met levende donoren.

Voor het eerst heeft een vrouw een kindje gekregen nadat ze een baarmoeder van een overleden donor ontving. Een grote primeur; dit is nog nooit eerder gelukt. De nieuwe bevindingen tonen aan dat baarmoedertransplantaties binnen ons bereik liggen en mogelijk uitkomst bieden voor veel vrouwen die onvruchtbaar zijn. De studie is gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift The Lancet.

Donors
Tot voor kort was een baarmoedertransplantatie alleen mogelijk voor vrouwen die familieleden hadden die bereid waren om een baarmoeder te doneren. De eerste bevalling na een baarmoedertransplantatie van een levende donor vond plaats in Zweden in 2013. In totaal zijn er van de 39 pogingen, 11 kinderen via deze weg ter wereld gekomen. Onderzoekers gingen een stap verder en voerden bij tien vrouwen baarmoedertransplantaties uit van overleden donors. Echter mondde dit nooit uit in de geboorte van een levend baby’tje, tot nu. “De eerste baarmoedertransplantaties van levende donoren waren een medische mijlpaal,” zegt onderzoeksleider Dani Ejzenberg. “De noodzaak van een levende donor is echter een belangrijke beperking. Donoren zijn zeldzaam en het zijn vaak bereidwillige familieleden of goede vrienden. Het aantal mensen dat bereid is om organen te doneren na hun eigen dood is vele malen groter.”

Onvruchtbaarheid
Ongeveer 10 – 15 procent van de paren is niet in staat om via de natuurlijke weg een kindje te krijgen. Van deze groep heeft één op de 500 vrouwen een aangeboren baarmoederafwijking. Vóór de komst van baarmoedertransplantaties waren de enige beschikbare opties voor stellen die een kindje wilden, adoptie of draagmoederschap. Maar dankzij de transplantaties is een bevalling mogelijk voor veel meer onvruchtbare vrouwen, mits er een geschikte donor gevonden is en de benodigde medische voorzieningen voor handen zijn.

Van transplantatie tot geboorte
De ontvanger van de baarmoeder is een 32-jarige vrouw uit Brazilië met het Mayer-Rokitansky-Küster-Hauser syndroom. Vrouwen met deze aandoening hebben geen baarmoeder of vagina. De eierstokken ontwikkelen zich wel. Vier maanden vóór de transplantatie werden er via IVF acht eitjes bevrucht en ingevroren. De operatie waarbij de baarmoeder werd overgedragen aan de 32-jarige, duurde meer dan 10 uur. Na de operatie werden er krachtige immunosuppressiva voorgeschreven, een medicijn dat voorkomt dat het nieuw ontvangen orgaan wordt afgestoten. En alles leek goed te werken. Zo vertoonde de baarmoeder na vijf maanden geen tekenen van afstoting en had de vrouw ook een regelmatige menstruatie. De bevruchte eitjes werden vervolgens na zeven maanden geïmplanteerd. Tien dagen later was het grote woord daar; ze bleek zwanger. En 35 weken later werd er via een keizersnee een gezond meisje geboren. Tijdens deze operatie werd ook gelijk de baarmoeder verwijderd, zodat de vrouw kon stoppen met het nemen van de immunosuppressiva. Drie dagen later werden moeder en kind uit het ziekenhuis ontslagen.

De procedure is een grote doorbraak. Zo vergroot het de mogelijkheid voor veel vrouwen om toch zwanger te worden zonder de noodzaak van levende donoren. Ook is de studie de eerste baarmoedertransplantatie in Latijns-Amerika. Echter is er nog meer onderzoek nodig om de techniek te optimaliseren en de risico’s voor moeder en ongeboren kind zo veel mogelijk te beperken.