thor

Begin februari stelde astrofysicus Neil deGrasse Tyson dat de hamer van Thor net zoveel woog als een kudde van 300 miljard olifanten. Professor Suveen Mathaudhu stelt nu dat dat niet klopt: de hamer is een stuk minder zwaar.

Toen deGrasse Tyson vaststelde dat de hamer net zo zwaar was als miljarden olifanten, ging hij ervan uit dat deze gemaakt was van hetzelfde materiaal als neutronensterren, oftewel stervende sterren. Maar klopt dat wel? Professor Suveen Mathaudhu stelt vast van niet. “De fout die Tyson maakt, is dat hij denkt dat Mjolnir (zo wordt de hamer genoemd, red.) gemaakt is van de kern van een stervende ster, terwijl deze eigenlijk gemaakt is in de kern van een stervende ster. Het staat op verschillende plekken beschreven dat de hamer gemaakt is van ‘Uru’: een fictief metaal uit Thor’s geboortegebied Asgaard.”

WIST U DAT…

…het niet ongebruikelijk is dat onderzoekers een stripheld ‘bestuderen’? Zo stelden studenten van de universiteit van Leicester onlangs nog vast dat de cape van Batman gevaarlijk klein is.

Licht hamertje
In de documenten waar Mathaudhu naar verwijst, staat zelfs beschreven hoe zwaar Mjolnir precies is. De hamer zou precies 19,19 kilo wegen. Dat is aanzienlijk lichter dan een kudde van 300 miljard olifanten.

Metallisch waterstof
Grote vraag is natuurlijk: hoe kan de hamer zo licht en toch zo sterk zijn? Om dat te achterhalen, moeten we eigenlijk vaststellen van welk materiaal de hamer gemaakt is. Oftewel: wat is Uru? Mathaudhu kan het ook niet met zekerheid zeggen, maar denkt op basis van berekeningen wel te kunnen speculeren. Met behulp van de afmetingen en het gewicht van de hamer kan Mathaudhu vaststellen dat de dichtheid van de hamer ongeveer 2,13 gram per kubieke centimeter is. Daarmee is het materiaal zelfs lichter dan aluminium dat een dichtheid van 2,71 gram per kubieke centimeter heeft. “Misschien is Uru wel de heilige graal van de hogedruk-fysica: een vorm van metallisch waterstof,” speculeert Mathaudhu. “Sommige voorspellingen van de dichtheid van metallisch waterstof komen hierbij in de buurt, bovendien zijn er extreme omstandigheden voor nodig om het tot stand te laten komen en kan het een enorme bron van energie zijn. Men verwacht het te vinden in de kern van planeten zoals Jupiter en in de kern van zonnen.”

Het punt dat Mathaudhu maakt, is vanzelfsprekend ietwat ludiek. Net als Tyson hoopt Mathaudhu met de kwestie aandacht te vragen voor een lastige tak van wetenschap: de astrofysica. Met ludieke vraagstukken – bijvoorbeeld over Thor – gaat deze voor leken vaak lastig te doorgronden tak van sport hopelijk wat meer leven.