De grote pterosauriërs waren in staat om een afstand van 16.000 kilometer zonder tussenstop af te leggen. Dat concluderen wetenschappers. De prehistorische dieren – waarvan sommigen zo hoog als een giraf waren en een spanwijdte van tien meter hadden – gebruikten waarschijnlijk (warme) luchtstromen om zover te komen.

“Zij (de pterosauriërs, red.) sloegen waarschijnlijk maar een paar minuten op rij met hun vleugels,” vertelt onderzoeker Michael Habib. “Daarna moesten hun spieren herstellen.” In de periode dat de dieren hun vleugels stilhielden, gleden ze letterlijk door de lucht heen.

Vet
Dat wil niet zeggen dat zo’n reisje de reptielen moeiteloos afging. Tijdens een trip van 16.000 kilometer verbrandden de dieren zo’n 72 kilo aan vetreserves.

Anders
De onderzoekers baseren hun conclusies op de nieuwste modellen van de lichaamsbouw en in het bijzonder de spanwijdte van de dieren. “Het lastigste was het vaststellen van de hoeveelheid ‘brandstof’ die ze konden vervoeren.” Trekvogels verbruiken tijdens hun migratie tot wel vijftig procent van hun lichaamsgewicht. De onderzoekers vermoeden dat dat in het geval van de pterosauriër iets anders was. Het dier zou heel anders gevlogen hebben dan de moderne vogel. Zo was de frequentie waarmee het reptiel met zijn vleugels sloeg waarschijnlijk heel anders.

De grootste pterosauriër ooit: de Quetzalcoatlus northropi. Afbeelding: Mark Witton and Darren Naish

Laten vallen?
Het onderzoek staat in schril contrast met de studies die in het verleden naar de pterosauriër werden gedaan. Men dacht lang dat de pterosauriër amper van de grond kwam vanwege diens grootte en enorme gewicht. Het grootste vliegende organisme – Quetzalcoatlus northropi: een gigantische pterosauriër – woog bijvoorbeeld zo’n 200 kilo. Onderzoekers dachten dat dit dier niet opsteeg, maar zich van kliffen en uit hoge bomen liet vallen om te vliegen. Habib denkt echter dat de pterosauriër net als vleermuizen hun vier ledematen gebruikten om in de lucht te komen en daarna pas hun vleugels benutten.

Als Habibs berekeningen kloppen – en daar zijn wat twijfels over, omdat we relatief weinig over de pterosauriër weten – zou dat betekenen dat de grote reptielen van het ene naar het andere continent konden vliegen. In dat geval leefden ze mogelijk in alle delen van de wereld.