alpen

Halverwege de negentiende eeuw begonnen de gletsjers in de Alpen zich abrupt terug te trekken. Lang was onduidelijk hoe dat kwam, aangezien de gemiddelde temperatuur wereldwijd pas decennia later steeg. Maar een nieuw onderzoek werpt licht op de zaak: roet lijkt de boosdoener.

Het begon zo rond 1860. De gletsjers in de Alpen trokken zich abrupt terug. Gemiddeld werden ze tussen 1860 en 1930 één kilometer korter. En dat is verrassend. De aarde begon immers pas decennia later op te warmen. Sterker nog: in de periode tussen 1860 en 1930 koelde Europa af: het werd ongeveer één graad kouder dan daarvoor. Hoe kan het dan dat de gletsjers abrupt smolten?

WIST U DAT…

…’s werelds langste gletsjer deze zomer een flink stuk ijs verloor?

Roet
Onderzoekers van de University of Colorado Boulder denken eruit te zijn. Roet is de boosdoener. In de periode na 1850 industrialiseerde Europa rap. Veel van de fabrieken die in rap tempo uit de grond werden gestampt, draaiden op kolen. Het resultaat? Er werd enorm veel roet uitgestoten. Een deel van dat roet keerde weer terug op aarde en landde op de sneeuw in de Alpen. Daardoor werd het oppervlak donkerder. En een donker oppervlak absorbeert zonlicht (in tegenstelling tot een licht oppervlak dat zonlicht weerkaatst). Daardoor smolt de sneeuw en werden ook de lagen ijs daaronder aan zonlicht en warmere lucht blootgesteld, waardoor ook deze sneller smolten.

Model
De onderzoekers trekken die conclusie nadat ze het ijs in de Alpen bestudeerden. Ze voerden boringen uit en achterhaalden zo aan hoeveel roet het ijs werd blootgesteld. Vervolgens keken ze met behulp van een computermodel hoe gletsjers op die hoeveelheden roet reageerden. Daar rolde een situatie uit die vergelijkbaar was met de situatie tussen 1860 en 1930. Voor de onderzoekers het bewijs dat hun hypothese omtrent het roet klopte.

De onderzoekers willen nu onderzoek gaan doen naar andere gebieden op aarde en achterhalen welke rol roet daar op ijs heeft. Ze denken dan onder meer aan de Himalaya.