schaamte

Excessief geweld en brute radicalisering: het journaal staat er bol van. Maar waar vindt dat alles zijn oorsprong? Het antwoord verrast je misschien: geweld en radicalisering worden mede mogelijk gemaakt door schaamte.

In onze jeugd maken we allemaal kennis met schaamte: een schrijnend samenballen van angst, verdriet en woede. In milde vorm leren we er de sociale codes door. Zolang er geen sprake is van een opeenstapeling van ernstige of langdurige schaamte-ervaringen is de persoonlijke schade te overzien. Dit is echter lang niet altijd het geval. Dan worden we verradelijk. Schaamte bedreigt namelijk onze primaire behoefte aan geborgenheid: het absolute verlangen om bij een groep te behoren, er door beschermd en gewaardeerd te worden. We gruwen van schaamte. Die bedreiging vereist handelen. Agressie van enigerlei vorm kan dan de beste verdediging (b)lijken, een laatste noodgreep, een uiterste toevlucht.
Met manifestaties van agressie zetten we schaamte op afstand. Geweld wil schaamte lozen. Of, zoals onderzoek onderschrijft: if you can’t join them, beat them (voor dat onderzoek, zie mijn De terreur van schaamte; Brandstof voor agressie, 2015, oorspr. 2007). Schaamte is de voedingsbodem voor vertrek uit de eigen moslimgemeenschap naar het IS-kalifaat. Het opdoen van ernstige schaamte-ervaringen in het eigen verleden, een gebrek aan waarderende geborgenheid in het heden en een ontbrekend toekomstperspectief worden door de jihad ruimschoots goedgemaakt. Als jihadstrijder weet je je geborgen tot in het hiernamaals. Onder druk van schaamte is dit een betoverend droombeeld. Een eigenzinnige interpretatie van de islam vormt de rechtvaardiging om zich militair te trainen en islamitische afvalligen en ongelovigen te doden, of om toekomstige jihadstrijders te baren.

“Met manifestaties van agressie zetten we schaamte op afstand. Geweld wil schaamte lozen”

Boze buitenwereld
Voor die ernstige en langdurige vernederingen wijst menig moslim naar de westerse samenlevingen als de wereld van al het kwaad. De Amerikanen – met Europese bondgenoten – zijn islamitische landen binnengevallen, doodden tienduizenden burgers en martelden gevangenen. Moslims die als arbeidsmigrant in het Westen kwamen, werden uitgebuit en hardvochtig gediscrimineerd; hun godsdienst wordt besmeurd in cartoons. Hét symbool van vernedering vormt Israëls optreden tegen de Palestijnen. Enzovoorts. Deze kritiek op de westerse wereld gaat voorbij aan de bittere schaamte-ervaringen die kunnen worden opgelopen binnen en door de eigen moslimgroepen zélf. De uitwerking van die beschaming zou wel eens ernstiger kunnen zijn dan de vernederingen van buitenaf. De eigen groep moet een veilige uitvalsbasis zijn voor de opgroeiende en volwassen mens om mee te draaien in de huidige samenlevingen. Deze geborgenheid kunnen de moslimgroepen lang niet altijd voor elk van de eigen mensen verzekeren. Integendeel, menig moslim is juist níet opgewassen tegen onder meer de vereisten of krachtige invloeden van de westerse samenlevingen. De eigen groep blijkt meer dan eens een uiterst wankele uitvalsbasis. Geen veilige thuishaven.
Het is kenmerkend voor mensen met een opeenstapeling van schaamte-ervaringen om dergelijk falen exclusief toe te schrijven aan de boze buitenwereld. Voor iedere sociale groep is het een flinke inspanning om het eigen aandeel in het beschamende handelen onder de loep te nemen. Voor moslims geldt dit natuurlijk ook.

Dictatuur
Zo kan de eigen wereldwijde moslimgemeenschap als uitgesproken beschamend worden ervaren juist door het onvermogen om afdoende op bedreigingen van buiten te reageren. Thomas L. Friedman, columnist van The New York Times, schreef al in 2006: ‘Israëls bestaan is een dagelijkse vernedering voor moslims, die niet begrijpen hoe, als ze de superieure religie hebben, Israël zo machtig kan zijn.’
Hoe gewelddadig het land ook kan optreden, Israël is in menig opzicht een verademing in het licht van islamitische dictaturen in het Midden-Oosten. De eigen islamitische context is zodoende structureel een beschamend ijkpunt. Mekka, het islamitische religieuze centrum, ligt nota bene in Saoedi-Arabië, een land dat zo rijk is dat het in principe alle islamitische migranten in de westerse wereld zou kunnen opnemen. Een hadj (pelgrimstocht) mag een onweerstaanbaar verlangen zijn, migreren naar het land is geen optie, al was het maar vanwege de extreme dictatuur die er heerst. Dat is alleszins beschamend om te moeten onderkennen.

“Ook de emancipatie van moslimvrouwen kan heel beschamend uitpakken”

Superieur
Er is al meerdere malen gewezen op het opdoen van schaamte-ervaringen binnen eigen moslimgelederen vanwege – nog een heikel punt – het onvermogen om de aantrekkelijke (im)materiële verworvenheden van de westerse wereld met eigen prestaties te benaderen, laat staan te overtreffen. “Het is zonder meer duidelijk dat de totale economische, technische en intellectuele afhankelijkheid van het Westen moeilijk te verkroppen is” voor moslims, zo stelde de Duitse cultuurfilosoof Hans M. Enzensberger. Dit zorgt voor ‘een stille vernedering’ (De radicale verliezer, 2006), waarop voordien de oriëntalist Bernard Lewis in verschillende studies ook wees.
Niet minder beschamend kan de emancipatie van moslimvrouwen uitpakken. Hierdoor verliezen mannen hun traditionele meerderwaardigheid, wat dikwijls als een emotionele en sociale vernedering wordt ervaren en agressieve vrouwvijandigheid in de hand werkt. “Voor veel jongens die opgroeien in de patriarchale traditie, zal het een onverteerbare vernedering zijn om braaf en nijver op school de meisjes bij te moeten houden”, schreef socioloog Abram de Swaan in ‘De botsing der beschavingen en de strijd der geslachten‘ (2006). Emancipatie kan overigens net zo beschamend uitpakken voor de moeders van emanciperende dochters die traditionele rolpatronen – en zodoende hun moeders – afwijzen. Daarnaast voedt de emancipatie schaamte-ervaringen van (jonge) vrouwen die niet in dit proces willen of kunnen meekomen: succesvolle ‘bevrijding’ van hun vrouwelijke generatiegenoten is (onbedoeld) ook een kritiek op de vrouwen die vasthouden aan traditionele patronen. Het mag niet verbazen dat vanuit die schaamte-ervaring juist de versterking van tradities wordt opgezocht, bijvoorbeeld in het IS-kalifaat.

Verwachtingen
In westerse landen intensiveerde de vernedering voor moslims door de arbeidsmigratie als zodanig. Het eigen geboorteland, zoals Marokko en Turkije, bleek niet in staat om voor de eigen landskinderen een menswaardiger leven te verwezenlijken. Daartoe moesten zij naar de westerse wereld verhuizen. De kinderen groeiden op met hoge ouderlijke verwachtingen. Tal van migrantenkinderen werden inderdaad succesvol en beschaamden zodoende onbedoeld de velen die dit niet lukte. Het is alleszins vernederend wanneer je niet aan de verwachtingen van je zwoegende ouders, van je succesvolle generatiegenoten of van jezelf kunt voldoen. En dat terwijl je zo veel meer kansen kreeg dan je ouders. De westerse samenlevingen hebben bovendien de afgelopen decennia tientallen miljoenen uitgegeven aan migrantengroepen om zich te ontwikkelen. De ‘losers’ beschaamden hun ouders, terwijl de ouders hun eigen falende opvoeden als beschamend ervoeren. Paul Andersson Toussaint deed er een pijnlijk boekje over open met ‘Staatssecretaris of seriecrimineel‘ (2009).
Ook waar het het aantrekken van imams betreft, ontkomen we niet aan een beschamende bijwerking. Ondanks de honderdduizenden moslims, moeten de meeste imams nog steeds uit het islamitische moederland worden ingevlogen. Afhankelijk van zijn herkomst en de opvang in het westen, heeft de imam meer of (dikwijls) minder kennis van het spanningsveld tussen de jongeren uit de eigen groep en de vereisten van de omringende westerse samenleving. Er wordt van hem wél een antwoord verwacht op een grote verscheidenheid aan vragen. De imam kan de verwachtingen lang niet altijd waarmaken, waardoor hij het vertrouwen beschaamt.

“Vanwege deze bron van schaamte-ervaringen weten we waarop we moeten inzoomen om preventief aan de slag te gaan”

Eigen boezem
Schaamte-ervaringen kunnen volop in de eigen moslimgroepen worden opgelopen, zowel door mannen als vrouwen, ongeacht de sociale laag en de culturele verscheidenheid, in het Europese land en in de brede islamitische wereld, in wijds verband en op individueel niveau, heden ten dage en in het verleden. De schaamte-ervaringen die in eigen gelederen worden opgedaan, vormen evengoed de vruchtbare bodem voor agressie, geweld en radicalisering.
 De diversiteit aan schaamte-ervaringen is moeiteloos uit te breiden en nader te specificeren. Het betreft krenkende ervaringen zowel in het land van herkomst als – door migratie – binnen moslimgroepen in westerse landen. Denk aan eer(wraak) en achterhaalde sociale codes, mondigheid en tegenspraak, de grillige tegenstellingen tussen sjiieten en soennieten, ontoereikende kennis van de taal van het immigratieland en analfabetisme, racisme en antisemitisme, huiselijk geweld en incest, homoseksualiteit en andere deelaspecten van de seksuele en huwelijkse moraal.

Vanwege deze bron van schaamte-ervaringen weten we waarop we moeten inzoomen om preventief aan de slag te gaan. De eigen moslimgemeenschappen zullen veel meer dan tot nu toe gebeurt de hand in eigen boezem moeten steken om radicalisering te voorkómen. De schaamte-ervaringen die de eigen groepen veroorzaken moeten worden gekend en onderkend. Het aanwijzen van de westerse wereld als zondebok geeft wel even gemoedsrust, maar daarmee wordt het eigen falen niet minder en zullen we de geweldsproblematiek niet kunnen kanaliseren.

Deze column is geschreven door dr. Aart G. Broek (1954). Hij is gespecialiseerd in (historische) sociologie en, meer recentelijk, criminologie; promoveerde (in 1990) op een onderzoek naar de Papiamentstalige propagandapraktijk van de rooms-katholieke missie op de Benedenwindse Antillen; werkte als docent, projectuitvoerder en interimmanager op Curaçao tussen 1981- 2001, sindsdien vooral als organisatie- en bestuurskundig onderzoeker en adviseur gericht op conflict-, agressie- en geweldbeheersing.