rat

De dagen worden weer langer en het zonnetje laat zich vaker zien. Tot grote opluchting van mensen die lijden aan de winterblues. Tot verdriet van ratten: zodra zij langer aan licht worden blootgesteld, lijden zij namelijk aan de zomerblues. Dat blijkt uit een nieuw onderzoek.

Onderzoekers van de Universiteit van Californië, San Diego verzamelden een aantal ratten en verdeelden ze in twee groepen. De ene groep werd een week lang blootgesteld aan negentien uren duisternis en vijf uren licht. In de andere groep was het net omgekeerd. Deze ratten ontvingen negentien uren licht en vijf uren duisternis. De eerste groep bleek meer zenuwcellen te hebben die dopamine aanmaakten. Hierdoor ervoeren ze minder stress en angstgevoelens. De tweede groep bleek juist meer zenuwcellen te hebben die somatostatine aanmaken en waren daardoor gestrester en angstiger.

Andere chemicaliën
Welbeschouwd hebben de onderzoekers ontdekt dat het brein van ratten zodra de dagen langer worden, als het ware een knop omzet. Het brein zorgt er zo voor dat hetzelfde deel van het brein opeens aan een heel andere neurotransmitter (somatostatine) wordt blootgesteld. Het laat zien dat het brein van een zoogdier nog veel plastischer is dan gedacht. Want de ratten hoeven geen nieuwe zenuwcellen te vormen om een andere neurotransmitter te produceren: één zenuwcel blijkt in staat om beide neurotransmitters te creëren. Wat er precies voor zorgt dat de knop omgezet wordt en een zenuwcel somatostatine in plaats van dopamine gaat aanmaken, is onduidelijk.

Dopamine

Dopamine vormt een belangrijk onderdeel van het beloningssysteem in de hersenen van ratten en mensen. Het stofje geeft ons een goed gevoel en beloont ons zo voor bepaald gedrag. “Omdat ratten nachtdieren zijn, gaan ze het liefst ‘s nachts op onderzoek uit.” Hun brein maakt daarop meer dopamine op. “En dat stelt ze in staat om meer zelfvertrouwen te tonen en minder angstig te zijn.”

Dag en nacht
Ergens zijn de resultaten wel logisch, zo stelt onderzoeker Nicholas Spitzer. “Wij zijn dagdieren en ratten zijn nachtdieren. Dus voor ratten leiden lange dagen tot stress, terwijl voor ons langere nachten stress creëren.” Ratten gaan ‘s nachts op zoek naar voedsel, terwijl mensen geëvolueerd zijn tot jagers die het daglicht prefereren. Evolutionaire veranderingen hebben er op een gegeven moment voor gezorgd dat mensen die zomers, tijdens de langere dagen, op zoek gingen naar voedsel en ‘s winters hun energie spaarden, in het voordeel waren.

Verandering
Ratten en mensen delen een voorouder. Toch reageren ze vandaag de dag dus heel anders op langere en kortere dagen. Hoe kan dat? “We denken dat er ergens in het brein een verandering is opgetreden. Ergens in de evolutie van rat naar mens is het netwerk aangepast zodat neurotransmitters precies tegenovergesteld reageren op dezelfde blootstelling aan licht en donker.”

Hoewel het onderzoek zich voornamelijk op ratten richt, kan het ook implicaties hebben voor ons mensen. De hersenen van ratten zijn in grote mate vergelijkbaar met de hersenen van mensen. De resultaten van dit onderzoek kunnen ons dan ook wel eens meer inzicht geven in het brein van mensen en afwijkingen in de menselijke hersenen. De onderzoekers denken dan bijvoorbeeld aan Parkinson, een aandoening die veroorzaakt wordt door het afsterven van hersencellen die dopamine aanmaken. Als de onderzoekers kunnen achterhalen wat de zenuwcellen van ratten aanzet om dopamine in plaats van somatostatine aan te maken, kunnen ze die informatie wellicht gebruiken om delen van het brein van mensen met Parkinson die geen dopamine meer ontvangen toch op dopamine te trakteren.