De in de vijftiende eeuw achteloos in de binding van andere boeken weggestopte fragmenten stammen uit het begin van de dertiende eeuw.

Dat stellen Britse onderzoekers nadat ze de zeven fragmenten uitgebreid onder de loep hebben genomen. Hun onderzoek resulteert echter niet alleen in een vrij nauwkeurige datering van de fragmenten; de wetenschappers zijn er ook in geslaagd om de volledige tekst – die her en der door beschadigingen niet langer goed met het blote oog te zien was – te lezen. Ook is het ze gelukt om vast te stellen wat voor soort inkt de schrijver gebruikt heeft om het verhaal van Merlijn op perkament te zetten.

Merlijn is een tovenaar die een belangrijke rol speelt in de beroemde legende van koning Arthur. In de fragmenten die recent zijn teruggevonden, wordt onder meer beschreven hoe koning Arthur – samen met enkele medestanders, waaronder Merlijn – de wapens oppakt tegen koning Claudas. Merlijn bedenkt een aanvalsplan. En er volgt een uitgebreide beschrijving van de strijd. Die strijd lijkt in het nadeel van Arthur en zijn companen uit te vallen, maar dan houdt Merlijn een vurig betoog en wordt het tij gekeerd.

Ontdekking
De tekstfragmenten in kwestie werden al in 2019 min of meer toevallig ontdekt toen onderzoeker Michael Richardson zich boog over vier boeken die tussen 1494 en 1502 zijn geschreven en deel uitmaken van de collectie zeldzame boeken van Bristol Central Library. De fragmenten bleken in de binding van deze boeken te zijn verlijmd.

Datering
Dat het om fragmenten uit de legende van Merlijn ging, werd al snel duidelijk. En dat het oude fragmenten waren, zagen de onderzoekers ook vrij vlot. Maar nu zijn ze daadwerkelijk gedateerd. “We waren in staat om het manuscript waar de fragmenten deel van uit hebben gemaakt aan de hand van een analyse van het handschrift te dateren,” zo stelt onderzoeker Leah Tether. De datering wijst uit dat de fragmenten tussen 1250 en 1275 het levenslicht zagen (en dat moet – opnieuw afgaand op een analyse van de tekst – in het noorden of noordoosten van Frankrijk zijn gebeurd). Volgens de onderzoekers bevatten de fragmenten enkele van de oudste voorbeelden van deze secties van Merlijns verhaal.

De fragmenten stammen uit een tekst die bekend staat als Suite Vulgate du Merlin. “Die tekst werd tussen 1220 en 1225 geschreven,” vertelt Tether. Het betekent dat het manuscript waarvan nu in Bristol fragmenten zijn aangetroffen, vrij kort nadat de schrijver van de oorspronkelijke legende deze optekende, het levenslicht zag. Het manuscript zou ook niet lang daarna vanuit Frankrijk zijn weg gevonden hebben naar Engeland. “We weten dankzij een aantekening in de kantlijn – waarvan we opnieuw het handschrift hebben gedateerd en weten dat deze door een Engelsman genoteerd is – dat het manuscript tussen 1300 en 1350 al in Engeland was.”

Waardevol
De nieuwe informatie maakt de fragmenten zo mogelijk nog waardevoller. “De meeste manuscripten van deze tekst waarvan we weten dat ze in de Middeleeuwen in Engeland waren, zijn na 1275 tot stand gekomen. Dus dit is niet alleen een bijzonder vroeg voorbeeld van Suite Vulgate-manuscripten in het algemeen,” stelt Tether. Ook puur kijkend naar de manuscripten die in de Middeleeuwen vanuit Frankrijk naar Engeland kwamen, maakten de fragmenten deel uit van een vroeg exemplaar.

Hergebruikt
Zo waardevol als de fragmenten vandaag de dag zijn, zo achteloos werden ze eeuwen geleden ten behoeve van andere teksten hergebruikt. En wel als bindmateriaal. Waarom het manuscript werd afgedankt, is onduidelijk. Mogelijk heeft het te maken met de opkomst van nieuwere, Engelse versies van de legende van koning Arthur.

Verschillen
Overigens moeten de onderzoekers na een analyse van de fragmenten die in Bristol zijn opgedoken wel concluderen dat deze vroege versie van het verhaal van Merlijn op een aantal punten afwijkt van latere versies. Zo valt het de onderzoekers op dat in bepaalde delen van de oude tekst de acties van verschillende karakters veel uitgebreider beschreven staan. Daarnaast wijkt de tekst ook in details af. Zo vertellen bijvoorbeeld zowel de dertiende eeuwse fragmenten als modernere versies van het verhaal dat koning Claudas gewond raakt, maar waar de fragmenten de verwondingen niet nader toelichten, laten moderne versies weten dat het om verwondingen van de bovenbenen gaat. Dat lijkt misschien onbelangrijk, maar voor vroegere luisteraars kan het een wereld van verschil hebben gemaakt, aangezien een verwonding aan de bovenbenen vaak een metafoor was voor impotentie of castratie.

Inkt
Behalve de tekst hebben de onderzoekers ook de inkt van de fragmenten onderzocht. Deze blijkt gemaakt te zijn met behulp van roetdeeltjes. Dat is best opmerkelijk, omdat inkt in die tijd meestal gemaakt werd van galnoten. Dat de schrijver die de fragmenten volpende voor andere bestanddelen koos, heeft mogelijk te maken met wat er in zijn omgeving wel en niet voorhanden was, zo stellen de onderzoekers.

De vondst van deze oude fragmenten is ongetwijfeld niet het laatste opzienbarende nieuws dat uit de Bristol Central Library komt zetten. Volgens onderzoekers zitten in de uitgebreide boekencollectie nog meer verrassingen verstopt.