mammoet

De kans dat het wetenschappers lukt om een wolharige mammoet te klonen, lijkt zojuist aanzienlijk groter te zijn geworden. Een recent ontdekte mammoet blijkt zo goed bewaard te zijn gebleven dat we hierin wellicht voldoende DNA gaan terugvinden.

De mammoet in kwestie werd vorig jaar in het noorden van Siberië ontdekt. De mammoet heeft de bijnaam ‘Buttercup’ gekregen en is in uitzonderlijk goede staat uit het ijs gehaald. Het vlees van de mammoet was opmerkelijk goed bewaard gebleven en bleek – toen wetenschappers erin sneden – zelfs nog een donkerrode vloeistof te bevatten. Van die vloeistof is nu bekend dat het bloed is.

Klonen
Hoe kloon je een mammoet? Daarvoor hebben onderzoekers in eerste instantie het volledige genoom van de mammoet nodig. Daar kunnen ze op drie manieren aankomen. Als ze geluk hebben, kunnen ze het uit de cel van een mammoet vissen. Lukt dat niet, dan moeten ze het misschien doen met stukjes DNA. Met behulp van genetische engineering kunnen ze het genoom wellicht zelf ‘opbouwen’. Een andere mogelijkheid is het genoom van de olifant op de punten waarop het verschilt van het genoom van de mammoet aanpassen, zodat in feite het genoom van de mammoet ontstaat. Zodra de onderzoekers het volledige genetische materiaal van de mammoet hebben, kunnen ze de kern uit de eicel van een olifant verwijderen en vervolgens die eicel vullen met een celkern die het genetische materiaal van de mammoet bevat. Die eicel moet zich dan gaan delen en in de baarmoeder van een Aziatische olifant worden geplaatst, waar deze uit moet groeien tot een gezonde jonge mammoet.

Genoom
Aangezien het vlees van de mammoet nog in zo’n goede staat is, hebben de onderzoekers goede hoop dat ze op intact DNA gaan stuiten. Als ze voldoende intact DNA aantreffen, zou dat zomaar gebruikt kunnen worden om een wens die sommige onderzoekers al lang koesteren in vervulling te laten gaan. Met voldoende intact DNA zou de mammoet in principe namelijk gekloond kunnen worden. Tot op heden is het nog niet gelukt om het volledige genoom van de mammoet in een cel aan te treffen, maar de onderzoekers zijn nog druk op zoek naar cellen die het complete genoom bevatten, zo meldt het Natural History Museum in Londen.

Ethiek
En daarmee komt een prangende vraag steeds dichterbij: als we in staat zijn om een mammoet te klonen, moeten we dat dan ook willen? Is het ethisch verantwoord? Onderzoeker Tori Herridge, betrokken bij de authopsie op ‘Buttercup’ denkt van niet. Een belangrijk tegenargument is volgens haar dat (bedreigde) Aziatische olifanten die gebruikt zouden worden om de mammoet op de wereld te zetten, lijden onder de pogingen om te klonen. En als het klonen eenmaal lukt, is er ook alle reden om medelijden te hebben met de gekloonde mammoet die in alle eenzaamheid leeft in een tijd en gebied waar deze eigenlijk niet thuishoort. Meerdere mammoeten klonen en uitzetten in hun oorspronkelijke leefgebied lijkt misschien een nobel streven, maar we weten niet exact welke invloed ze op dat leefgebied zullen hebben en bovendien is het nog maar de vraag of de dieren zich zullen kunnen redden.

Het klonen van Buttercup is momenteel nog onmogelijk en zal – zodra het mogelijk is – zeker ter discussie staan. Mocht Buttercup – net als alle andere mammoeten die tot op heden ontdekt zijn – te weinig DNA bevatten om tot klonen over te gaan, is de mammoet alsnog een waardevolle toevoeging aan de wereldwijde collectie mammoeten. Al is het alleen maar vanwege het uitzonderlijke verhaal van Buttercup. Zo blijkt de mammoet rond de vijftig jaar oud te zijn geweest toen deze stierf en zeker acht jongen op de wereld te hebben gezet. De mammoet kwam bovendien op gruwelijke wijze aan haar einde: ze kwam vast te zitten in een veenmoeras en werd vervolgens – terwijl ze nog leefde – deels door roofdieren opgegeten. Ondanks dat is ze in uitzonderlijke staat gebleven, mede door het zuurstofarme veen waar ze in wegzakte en de lage temperaturen.