De olieramp in de Golf van Mexico wordt zeer waarschijnlijk de grootste olieramp aller tijden. Dit meent ecotoxiloog John Schobben van IMARES. Daarnaast benadrukt hij dat niet alleen gekeken moet worden naar de zichtbare, maar juist naar de onzichtbare effecten.

Uit het lek in de Golf van Mexico komt dagelijks 800.000 liter olie vrij. Om dezelfde hoeveelheid olie te lekken als die vrijkwam bij de ramp met de tanker Exxon Valdez voor de kust van Alaska in 1989, moet de ‘spuiter’ in de Golf vijftig dagen zijn gang kunnen gaan. “Aangezien het twee tot drie maanden gaat duren voor het lek is gedicht, is het waarschijnlijk dat de ramp met de Valdeez de grootste olieramp ooit wordt”, denkt John Schobben.

Onzichtbare effecten
Een zichtbaar effect van de olieramp is de drijvende olielaag, die vernietigend is voor zeevogels. Schobben snapt dat de eerste maatregelen vooral gericht zijn op de zichtbare olievlek, maar benadrukt dat de niet zo zichtbare effecten op lange termijn minstens zo groot zijn. Een van die effecten is het oplossen van olie in de vorm van een fijne emulsie onder het wateroppervlak. Deze emulsie verstopt het spijsverteringsmechanisme van schelpdieren en zooplankton.

Schobben is het niet eens met sommige middelen die door de Amerikanen worden ingezet. “De bestrijding van de olielaag met chemische middelen heeft weliswaar tot gevolg dat deze oplost maar niet afbreekt. De olie heeft vervolgens onder water zijn effect.” De oliefilm verdwijnt op het water, waardoor de olie met gemak stranden, kreken en moerassen binnendringt. Dit zou rampzalig zijn.

Een goede maatregel is het plaatsen van schermen en drijvende slurven rond olievlekken. Zo kan olie ingedikt en opgezogen worden. “Maar je hebt er wel stil weer voor nodig en ik begrijp dat dat de Amerikanen op dit moment niet mee zit”, zegt Schrobben.

Vertrouwen
Schrobben heeft er alle vertrouwen in dat de Amerikanen de huidige ramp effectief aanpakken. De VS kent een ver ontwikkelde economische waardering voor ecosystemen. Het land gaat altijd op zoek naar optimale herstelmaatregelen. “Daar kunnen wij in Europa nog wat van leren”, concludeert de onderzoeker.