uitbarsting

Astronomen zijn getuige geweest van een recordbrekende uitbarsting van het zwarte gat in het hart van ons sterrenstelsel. De röntgenuitbarsting was zo’n 400 keer helderder dan het zwarte gat normaal – in rusttoestand – is.

Astronomen observeerden de uitbarsting met behulp van NASA’s Chandra X-ray Observatory. Chandra had de ogen ten tijde van de uitbarsting op het zwarte gat gericht om te kijken hoe het de gaswolk G2 zo dicht bij het zwarte gat zou vergaan. “Helaas produceerde de gaswolk G2 toen deze dichtbij Sagittarius A* in de buurt kwam niet het vuurwerk waar we op hoopten,” vertelt onderzoeker Daryl Haggard. “Maar de natuur verrast ons vaak en we zagen iets wat ook heel opwindend was.”

AAS
Hoewel de uitbarstingen alweer enige tijd geleden plaatsvonden, is het onderzoek en de resultaten nu pas aangekondigd. Dat gebeurde tijdens een bijeenkomst van de American Astronomical Society die traditiegetrouw in januari plaatsvindt.

Recordbrekend
Op 14 september 2013 detecteerde Chandra een röntgenuitbarsting die 400 keer helderder was dan de röntgenstraling die het zwarte gat in ‘rusttoestand’ uitzendt. De enorme uitbarsting was bijna drie keer helderder dan de vorige recordhouder (die begin 2012 werd waargenomen). Nadat Sagittarius A* weer tot rust was gekomen, produceerde deze op 20 oktober 2014 opnieuw een flinke röntgenuitbarsting: deze was 200 keer helderder dan de röntgenstraling die het zwarte gat normaliter afgeeft.

Geen verband
Het is volgens onderzoekers zeer onwaarschijnlijk dat de recordbrekende röntgenuitbarsting in 2013 samenhangt met gaswolk G2. Ze wijzen erop dat de afstand tussen het zwarte gat en G2 pas in de lente van 2014 het kleinst was. De afstand tussen G2 en het zwarte gat bedroeg in het voorjaar van vorig jaar zo’n 24 miljard kilometer. De recordbrekende röntgenuitbarsting van september 2013 vond zo’n honderd keer dichter bij het zwarte gat plaats. Maar als G2 de uitbarsting niet veroorzaakt, wat dan wel?

De onderzoekers hebben daar twee theorieën over. De eerste theorie stelt dat een planetoïde te dicht bij het zwarte gat in de buurt kwam en door de enorme zwaartekracht aan stukken is gescheurd. Het resulterende puin zou enorm warm zijn geworden en röntgenstraling hebben geproduceerd alvorens voor altijd te verdwijnen achter de waarnemingshorizon. “Als een planetoïde uit elkaar werd gerukt, dan zou het een paar uur rond het zwarte gat cirkelen – net als water rond een afvoer cirkelt – alvorens erin te vallen,” vertelt onderzoeker Fred Baganoff. De röntgenuitbarsting duurde enkele uren. De tweede theorie stelt dat de magnetische veldlijnen in het gas dat naar het zware gat stroomt zich opnieuw georganiseerd hebben en dat daarbij röntgenstraling is vrijgekomen.