Mogelijk heeft de gemakkelijke beschikbaarheid van voedsel ertoe geleid dat stedelijke dieren – indruisend tegen de heersende theorie – niet krimpen, maar groeien.

Ongeveer tien jaar geleden begonnen wetenschappers alarm te slaan. Ze waarschuwden dat hogere temperaturen als gevolg van klimaatverandering ervoor zouden zorgen dat veel diersoorten in de loop van de tijd kleiner worden. Maar in de stad zien onderzoekers nu juist het tegenovergestelde gebeuren: dieren krimpen niet, ze groeien!

Studie
In de studie gebruikten de onderzoekers informatie uit drie verschillende datasets die samen een goed beeld verschaffen in hoe de toenemende verstedelijking invloed heeft op verschillende soorten zoogdieren. “Denk dieren met een zeer verschillende levensgeschiedenis, zoals wolven, herten, vleermuizen, spitsmuizen en knaagdieren,” somt onderzoeker Robert Guralnick op. Het team ontdekte een onverwacht patroon toen ze bijna 140.500 metingen van de lichaamslengte en gewicht van meer dan 100 Noord-Amerikaanse zoogdiersoorten analyseerden: dieren in de stad zijn zowel langer als zwaarder dan hun landelijke tegenhangers.

Heersende theorie
Deze opmerkelijke bevinding druist in tegen de heersende theorie, die luidt dat zoogdieren in de stad in de loop van de tijd juist kleiner worden. Gebouwen en wegen houden namelijk veel warmte vast. Hierdoor liggen de temperaturen in de stad een stuk hoger dan in het omliggende landelijke gebied – een fenomeen dat ook wel het hitte-eilandeffect wordt genoemd. Daarnaast stelt een bekend biologisch principe, namelijk de regel van Bergmann, dat dieren in koude gebieden meestal groter zijn dan dieren in warme streken. “In theorie zouden dieren in steden kleiner moeten zijn vanwege het hitte-eilandeffect,” benadrukt onderzoeker Maggie Hantak. “Maar we hebben hier geen bewijs voor gevonden. Dit artikel is een goed argument waarom we niet kunnen aannemen dat de regel van Bergmann of het klimaat alleen belangrijk zijn bij het bepalen van de grootte van dieren.”

Verstedelijking
Het betekent dat zoogdieren in de stad over het algemeen dus groter zijn dan hun landelijke soortgenoten, ongeacht de temperatuur. En dat suggereert dat verstedelijking een grote, zo niet grotere rol dan het klimaat speelt bij het bepalen van de lichaamsgrootte van zoogdieren. “Dat was helemaal niet wat we hadden hadden verwacht te vinden,” zegt Guralnick. “Maar verstedelijking vertegenwoordigt deze nieuwe verstoring van het natuurlijk landschap die duizenden jaren geleden nog niet bestond. Het is belangrijk om te beseffen dat het een enorme impact heeft.”

Een opossum plundert een vuilnisbak. Afbeelding: Geo Swan

De onderzoekers vermoeden dat stedelijke dieren groter zijn vanwege de gemakkelijke beschikbaarheid van voedsel op plaatsen waar veel mensen leven. En dat kan ook nog weleens in hun voordeel werken.

Streepje voor
Op dit moment zijn zowel steden als het landschap aan grote veranderingen onderhevig. De overvloed aan voedsel, water, onderdak en het relatieve gebrek aan roofdieren in steden, geven sommige dieren een streepje voor op soortgenoten op het platteland. “Dieren die graag in stedelijke omgevingen leven, kunnen een selectief voordeel hebben, terwijl andere soorten ‘verliezen’ vanwege de voortdurende fragmentatie van landschappen,” legt Guralnick uit. “Dit is relevant voor hoe we over zo’n 100 jaar denken over het beheer van voorstedelijke, stedelijke en ongerepte gebieden.”

Hoewel groter biologisch gezien vaak beter is, houden de onderzoekers toch een slag om de arm. “We moeten de langetermijngevolgen voor stedelijke zoogdieren die leven van menselijke voedselverspilling nog in kaart brengen,” waarschuwt Hantak. “Als je van grootte verandert, kan dit je hele levensstijl veranderen.”

Wist je dat…

…stadsvogels zich grotendeels voeden met junkfood en dat dit een grote weerslag heeft op hun gezondheid? Deze ongezonde levensstijl van stadsvogels blijkt een grote invloed op hun darmflora te hebben. Het westerse voedingspatroon van de mens dat uit vezelarme verwerkte voeding bestaat, kan mogelijk dus neveneffecten hebben op andere soorten die in stedelijke omgevingen leven. Dat bleek trouwens ook al uit een eerder onderzoek, uitgevoerd onder stadskraaien. Zij blijken namelijk een hoger cholesterol te hebben dan hun soortgenoten op het platteland. Maar ondanks dit hoge cholesterolgehalte blijken stadskraaien opvallend genoeg toch fitter te zijn een betere lichaamsconditie te hebben dan de kraaien op het platteland.