De ontdekking heeft mogelijk ook implicaties voor onze zoektocht naar leven op Mars.

Een paar jaar geleden gebeurde er iets bijzonders in het bijzonder droge hart van de Atacama-woestijn in Chili. Er vielen ongeëvenaarde regenbuien. Wetenschappers verwachtten dat de woestijn in bloei zou raken. Maar het tegendeel was waar: “We ontdekten dat de regen in het zeer droge hart van de Atacama-woestijn een enorme extinctie veroorzaakte onder de meeste inheemse microbiële soorten,” vertelt onderzoeker Alberto Fairén.

Minder soorten
Voor de regenbuien toesloegen, waren in de droge grond tot wel zestien verschillende soorten microben te vinden. Maar nadat het had geregend troffen de onderzoekers nog maar twee tot vier verschillende soorten microben aan, zo is in het blad Scientific Reports te lezen. De microben die helemaal aangepast waren aan een omgeving met bijzonder weinig water, konden de overstromingen niet bolwerken en zijn uiteindelijk doodgegaan aan een overvloed aan water.

Bijzonder buitje
In het hart van de Atacama-woestijn valt zelden of nooit regen. Maar op 25 maart 2015 was het raak. En op 9 augustus van dat jaar opnieuw. En op 7 juni 2017 regende het weer. Het is bijzonder te noemen: klimaatmodellen suggereren dat dergelijke buiten doorgaans één keer in de honderd jaar optreden. Maar er is geen enkele aanwijzing dat dit deel van de Atacama-woestijn in de 500 jaar vóór 25 maart 2015 regen heeft gezien. Dat er in 2015 en 2017 opeens wel regen viel, is volgens de onderzoekers te wijten aan een veranderend klimaat boven de Stille Oceaan.

Mars
De buien hadden dus een verrassend effect op de woestijn. Maar dit onderzoek gaat niet alleen over de Atacama-woestijn. Het heeft mogelijk ook implicaties voor Mars dat vandaag de dag – net als de Atacama-woestijn – kurkdroog is. Dit onderzoek onthult dat eventuele microben die zich helemaal aan zo’n kurkdroge omgeving hebben aangepast niet blij zijn met water. En met dat in gedachten zouden we ons volgens de onderzoekers nog eens over de experimenten moeten buigen die de Viking-landers in de jaren zeventig van de vorige eeuw op Mars uitvoerden. Deze landers waren op jacht naar sporen van leven en bestudeerden daartoe kleine hoeveelheden Martiaanse grond. Maar tijdens dat onderzoek werd die grond in een waterige oplossing gestopt en dat kan eventuele microben in die grond wel eens fataal geworden zijn, zo suggereren de onderzoekers. In andere woorden: mogelijk hebben we – onbewust – op jacht naar leven op Mars dat leven omgebracht.

Uitgestorven
Een andere optie is dat microben die zich toen een vochtig Mars steeds droger en droger werd helemaal aanpasten aan een leven in een extreem droog gebied reeds zijn uitgestorven toen Mars kortstondig weer grote hoeveelheden water herbergde. Fairén legt uit: “Mars had een eerste periode – de zogenoemde Noachiaanse periode (tussen 4,5 en 3,5 miljard jaar geleden) – waarin er veel water op het oppervlak te vinden was.” Maar toen raakte Mars zijn atmosfeer kwijt en veranderde de planeet in de droge en koude wereld zoals we die vandaag de dag kennen. “Maar tijdens de Hesperiaanse periode (van 3,5 tot 3 miljard jaar geleden) kerfden grote volumes water kanalen – de grootste kanalen in het zonnestelsel – uit op het Marsoppervlak.” Als er toen nog microben waren die de extreme droogte na het Noachiaanse tijdperk hadden overleefd, kan het zomaar dat de slagregens van het Hesperiaanse tijdvak ze fataal zijn geworden. “Onze Atacama-studie suggereert dat de terugkeer van vloeibaar water op Mars kan hebben bijgedragen aan het verdwijnen van het leven op Mars.”

Wat verder ook interessant is, is dat enorme nitraatafzettingen in de Atacama-woestijn getuigen van lange perioden van droogte en tegelijkertijd dienst doen als voedsel voor microben. Er zijn aanwijzingen dat vergelijkbare afzettingen op Mars te vinden zijn.