De Maya’s vormden een bijzonder volk dat zijn tijd ver vooruit was. Een goede reden om de beschaving eens onder de loep te nemen. De komende weken trakteren we u elk weekend op een uitgebreid Maya-artikel. Deze week deel 1. Over één van de specialiteiten van het Zuid-Amerikaanse volk: keiharde wiskunde in een bijzonder cijferschrift.

De Maya’s vestigden zich in het jaar 1800 voor Christus in het zuidelijke deel van Amerika en zetten er in no-time een bijzondere beschaving neer. Toen de Spanjaarden in de zestiende eeuw arriveerden, ging het volk en haar cultuur grotendeels ten onder. Maar archeologische opgravingen pogen de kennis en kunde van de Maya’s al jarenlang nieuw leven in te blazen. En dat lukt: het volkje weet ons keer op keer weer te verbazen.

Dresdener Codex
Zo wisten wetenschappers de hand te leggen op de Dresdener Codex. Dit boek – geschreven in de elfde of twaalfde eeuw – bevat heel veel tabellen, teksten en ook cijfers. Het boek – eigenlijk een lange strook papier gemaakt van boomschors – is van onschatbare waarde, want er is maar weinig geschreven informatie van de Maya’s bewaard gebleven. De Spanjaarden en met name hun fanatieke bisschoppen wisten wel raad met de ‘godslasterlijke’ geschriften en verbrandden het grootste deel. Gelukkig konden wetenschappers uit de Dresdener Codex nog veel informatie halen. Vooral over het bijzondere cijferschrift van de Maya’s dat gebruikt werd voor de handel, kalender en astronomie.

Cijfertjes
De Maya’s ontwikkelden een eigen cijferschrift bestaande uit puntjes en streepjes. Ze gebruikten deze tekens voor van alles: van de handel tot de sterrenkunde. Dat betekende dat het omvangrijk moest zijn: van kleine tot enorme getallen. En dat lukte moeiteloos. De Maya’s creëerden een systeem waarin gemakkelijk tot in de miljoenen kon worden geteld. Bovendien was het relatief simpel.

Afbeelding: Bryan Derksen

Nul
De Maya’s hadden ook een symbool voor nul. En dat is tamelijk bijzonder. Het is onwaarschijnlijk dat het volk de eerste was die met dit symbool voor ‘niets’ kwam, maar vaststaat dat de Maya’s met het

gebruik ervan toch hun tijd vooruit waren.

Grote getallen
Getallen werden in kolommen genoteerd. Hierbij betroffen de onderste rij de eenheden. De rij daarboven de twintigtallen en de rij daarboven ging met vierhonderdtallen en de rij daarboven weer per 8000 enzovoort.

Tekens: Bryan Derksen

Berekeningen
Het uitvoeren van berekeningen werkte relatief simpel. Het was gewoon een kwestie van de streepjes en stipjes (die zoals u eerder zag in kolommen worden genoteerd) bij elkaar optellen.

Tekens: Bryan Derksen

Goden
De Maya’s hadden nog een tweede cijferschrift dat van een iets creatievere aard is. Hierbij werden de hoofden van goden gebruikt om cijfers aan te duiden. Zo zou het hoofd van de maïsgod symbool

hebben gestaan voor nummer acht. Deze aanpak komt vooral terug in monumenten en kunstwerken.

Al die tekentjes en getalletjes gingen veelal op in het grotere geheel. De Maya’s waren zich er terdege van bewust dat ze deel uitmaakten van een veel grotere kosmos en legden die voor zover hun kennis en kunde dat toeliet in geschriften vast. Zo hielden ze zich onder meer bezig met astronomie en voorspellingen. Ook ontwikkelden ze diverse kalenders waarin de cycli die ze zelf in het leven hadden bespeurd weer terugkwamen. Daarover kunt u de komende weekenden meer lezen. Met volgende week deel 2: De Maya-kalender. Hoe zit het nu echt?