renpaard

Wetenschappers denken al een tijdje dat renpaarden sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw hun maximale rensnelheid hebben behaald. Zo slagen hedendaagse renpaarden er niet in om records van tientallen jaren geleden te laten sneuvelen. Maar schijn bedriegt.

In een paper in het wetenschappelijke vakblad Biology Letters beweert onderzoeker Patrick Sharman van de Exeter Universiteit dat renpaarden steeds sneller kunnen rennen, maar dat deze verbeteringen alleen zichtbaar zijn op korte afstanden. Sharman analyseerde de tijden van de snelste paarden tussen 1850 en 2012. Hij concludeert nu dat de tijden tussen 1910 en 1975 nauwelijks zijn verbeterd, maar dat er sindsdien sprake is van een toename van snelheid.

Deze toename is enkel waarneembaar op korte afstanden, bijvoorbeeld races van zes furlong (= 1200 meter). Het winnende paard finisht tegenwoordig een seconde sneller dan vijftien jaar geleden. Dat is een gigantisch verschil van circa zeven paarden achter elkaar. Renpaarden finishen gemiddeld 0,11% sneller dan in 1997. Op langere afstanden is er echter geen sprake van een versnelling.

Hoe komt het dat renpaarden juist op kleinere afstanden sneller rennen? Volgens Sharman komt dit omdat paarden worden gefokt op snelheid en niet op uithoudingsvermogen. Dit betekent dat snelheiden op andere afstanden ook verbeterd kunnen worden, maar dan moeten fokkers wel hun methoden aanpassen.