Bij de Giv’at Yonah (de heuvel van Jona) in de Israelische stad Ashdod hebben archeologen de resten van een groot gebouw teruggevonden.

De heuvel Giv’at Yonah heeft zijn naam te danken aan het feit dat Jona, één van de profeten uit de Bijbel en de Koran, hier volgens de Islamieten begraven ligt. Of dat ook echt zo is, is onduidelijk. Maar deze nieuwe ontdekking wijst er – samen met eerdere opgravingen – op dat de heuvel in de tijd van Jona in ieder geval bewoond werd. De gevonden muur is één meter breed en dateert uit de late achtste eeuw en de vroege zevende eeuw voor Christus. Het zou een deel zijn van een groot gebouw.

Fort
De archeologen denken dat de muur onderdeel was van een fort. De heuvel van Jona ligt namelijk 50 meter boven het zeeniveau waardoor men een goed uitzicht heeft over de zee en omliggende gebieden. Het fort zou of in het bezit geweest zijn van de Assyriërs of van Josia, de koning van Juda.

Heilig
In 1960 werden ook al resten van eenzelfde muur gevonden op de plek. Deze zouden tevens uit de tijd van Jona stammen. Daarnaast werd ook een Aramees ostrakon (een beschreven potscherf) gevonden waarop de volgende woorden waren gegraveerd: Ba’altzad/Ba’altzar (een voornaam), Taklan (shekels) en Dashna (een gift). Dit ostrakon zou mogelijk betekenen dat een persoon genaamd Ba’altzad een som geld doneerde aan een heilige plek.

Jona is de vijfde van de twaalf kleine profeten. In de Bijbel staat beschreven hoe hij de opdracht krijgt van God om de inwoners van de Assyrische stad Nineve duidelijk te maken dat God ontstemd is over hun boosheid. ‘Maak je gereed en ga naar Nineve, die grote stad, om haar aan te klagen, want het kwaad dat ze daar doen is ten hemel schreiend,’ zo draagt God de profeet in het bijbelboek Jona op. Jona weigert en vlucht met een boot. De bemanning gooit Jona vervolgens overboord als hij hen vertelt dat hij de oorzaak is van de storm die hun boot teistert. Als Jona zich in het water bevindt gaat de wind liggen. Zelf wordt hij opgeslokt door een grote vis. In de maag van het beest bidt Jona tot God en vraagt om vergeving. Het werkt: de vis spuwt Jona uit en hij vertrekt alsnog naar Nineve om daar zijn preek te geven. Jona trok de stad in, één dagreis ver, en riep: ‘Nog veertig dagen, dan wordt Nineve weggevaagd!’ Het volk in Nineve bekeert zich, toont berouw en God besluit de bewoners van de stad niet langer te straffen. Jona vindt het vreemd dat zij hun straf zo makkelijk ontlopen. God reageert hier op met dat het beter is goed en welwillend te zijn dan op je eigen gelijk te blijven hameren.