landbouw111

Zo’n 4000 tot 8000 jaar geleden nam de genetische diversiteit onder mannen sterk af. Dat blijkt uit een nieuw onderzoek. Het was waarschijnlijk het resultaat van rijkdom en macht.

Het is algemeen bekend dat de genetische diversiteit zo’n 50.000 jaar geleden sterk afnam. Toen verliet een klein groepje mensen Afrika en verspreidde zich over andere werelddelen. Omdat de keuze in partners beperkt was, liep de genetische diversiteit tijdelijk terug.

Tweede tijdperk
Maar wetenschappers hebben nu een tweede tijdperk ontdekt waarin de genetische diversiteit tijdelijk afnam. En dat was vrij recent: zo’n 4000 tot 8000 jaar geleden. Hoewel de genetische diversiteit onder vrouwen in die periode toenam, liep de genetische diversiteit onder mannen in diezelfde tijd terug, zo ontdekten de onderzoekers.

DNA
De wetenschappers deden hun ontdekking nadat ze DNA verzamelden van 456 mannen afkomstig uit zeven verschillende regio’s op vijf verschillende continenten, waaronder Afrika, de Andes, het Nabije-Oosten en Europa. De onderzoekers keken met name naar het Y-chromosoom (dat via de vader wordt doorgegeven) en het mitochondriaal DNA (dat door de moeder worden doorgegeven). Uiteindelijk stuitten ze in het DNA op twee perioden waarin de genetische diversiteit terugliep. De ene periode was zo’n 50.000 jaar geleden (en had dus te maken met de migratie vanuit Afrika) en de andere periode was zo’n 4000 tot 8000 jaar geleden en kwam alleen terug in de mannelijke lijn.

Rijkdom en macht
Hoe is dat te verklaren? Zo’n 4000 tot 8000 jaar geleden begonnen mensen wereldwijd landbouw te bedrijven. Het leidde ertoe dat sommige mannen rijker werden dan anderen. En waarschijnlijk is dat de oorzaak van het teruglopen van de genetische diversiteit. “In plaats van ‘survival of the fittest’ (het overleven van de best aangepasten) heeft rijkdom en macht het voortplantingssucces van een beperkt aantal mannen en hun zonen waarschijnlijk vergroot,” legt onderzoeker Melissa Wilson Sayres uit.

Het onderzoek heeft ook vandaag de dag nog implicaties. Het is om meerdere redenen belangrijk om de genetische diversiteit hoog te houden. Wanneer de genen van individuen in een populatie sterk verschillen, heeft die groep namelijk een grotere kans om te overleven en gedijen. Wanneer een ziekte een genetisch diverse groep treft, is er immers een grotere kans dat een aantal individuen dankzij hun andere genen de aanval overleeft. Genetische diversiteit beperkt tevens de kans dat ongewenste genetische kenmerken – die een soort door de tijd heen kunnen verzwakken – door worden gegeven. “We weten dat sommige populaties een grotere kans hebben op bepaalde soorten genetische afwijkingen,” legt onderzoeker Monika Karmin uit. Dit onderzoek kan helpen verklaren hoe dat komt. “Wanneer een dokter een diagnose probeert te stellen als je ziek bent, dan wordt gevraagd naar je omgeving, naar wat er gaande is in je leven en naar je genetische geschiedenis door de gezondheid van je familie te bespreken,” vertelt onderzoeker Wilson Sayres. “Als we de menselijke gezondheid op wereldwijde schaal willen begrijpen, moeten we onze genetische historie kennen en dat is wat we nu bestuderen.”