Zes jaar is de Cassini-ruimtesonde bezig met het onderzoeken van Saturnus en haar ringen. Wetenschappers leren steeds meer over de ringen, maar nog steeds zijn er genoeg mysteries. Hoe zijn de ringen ontstaan? Een groot deel van de ringen bestaat uit waterijs, maar waar bestaat de resterende vijf procent uit?

“In theorie horen astronomische schijven uniform en gelijkmatig te zijn”, vertelt professor Joseph A. Burns aan de Cornell universiteit. “Onze observaties laten zien dat het leven niet zo simpel is.”

De ringen bestaan uit verschillende deeltjes met een grootte van een paar centimeter tot enkele meters. In de A-ring zitten zelfs kleine klompen – zogenaamde ‘moonlets‘ – met een doorsnee van tien meter tot een kilometer. Te klein om door Cassini ontdekt te worden, maar groot genoeg om met hun zwaartekracht invloed uit te oefenen op de omgeving. Daarnaast zijn er nog de manen van Saturnus, die golven in de ringen veroorzaken.

De ringen van Saturnus zijn grotendeels minder dan een half miljard jaar oud. De vraag is: hoe kunnen de ringen in zo’n korte tijd ontstaan? Alle materie in de ringen bij elkaar is genoeg om een maan van het kaliber Mimas te vormen. Zo’n groot object kan onmogelijk in zo’n korte tijd volledig verbrokkelen.

Daarnaast bestaat 95 procent van de ringen uit waterijs. De rest – vijf procent – geeft de ringen een rode tint. Onderzoekers weten niet wat de compositie is van de resterende vijf procent, maar zij hopen dit te weten te komen door de dynamische F-ring beter te onderzoeken.

“We begrijpen de A-ring”, vertelt Burns, “maar dat is slechts het begin van het alfabet. We begrijpen de B-ring totaal niet. Ook de structuur van de C-ring is grotendeels een raadsel. We hebben nog genoeg werk te doen. Gelukkig houdt de ruimtesonde het goed vol.”