De afgelopen jaren zijn er flink wat verbeterslagen gemaakt als het om robots gaat. Maar zijn de blikken figuren echt in staat om de wereld van de toekomst over te nemen?

Een robot is een heel breed begrip. Ze zijn er in alle soorten en maten en lijken slechts zelden op de exemplaren die regelmatig in films opduiken. Van de robotarm die auto’s in elkaar zet tot een blikken, maar voorzichtige machine die ouderen wast: ze vallen allemaal onder het begrip robot.

Mogelijkheden
De robot wordt voor tal van toepassingen ingezet, want de wetenschap is inmiddels in staat om de blikken figuren opdrachten uit te laten voeren. En dat komt soms al best indrukwekkend over. Maar voordat we massaal een robot als dienstmeid, au-pair of chauffeur in dienst nemen, moet er nog wel wat gebeuren. Een greep uit de uitdagingen die de wetenschap nog wacht.

WIST U DAT…

Zelfbewustzijn
Een robot onderscheidt zich op een aantal punten van een denkend wezen. Zelfbewustzijn is zo’n belangrijk verschil. Een robot kan wel dingen ‘leren’ oftewel geprogrammeerd worden om iets te doen, maar deze kan nooit terugkoppelen op het eigen gedrag en dus ook niet op de fouten die gemaakt worden. Dat betekent dat een robot ook moeite heeft met nieuwe situaties. En dat is precies de reden dat robots op dit moment eigenlijk alleen in fabrieken terug te vinden zijn. De robots hebben een gestructureerde omgeving nodig. Als u ze in de huiskamer zet waar kinderen heen en weer rennen, weet een robot niet wat hij moet doen. Waarschijnlijk gaat hij gewoon doen wat hij altijd doet en zo fouten maken. Maar daar is ‘ie zich niet van bewust. Het feit dat robots zich niet bewust zijn van zichzelf maakt het aanpassen aan nieuwe situaties dus ook moeilijk. De uitdaging is nu om robots van zelfbewustzijn te voorzien en ervoor te zorgen dat deze terug kan koppelen en zo kan leren van fouten. Alleen zo’n robot kan straks ook in de woelige wereld waarin dingen heel snel veranderen, functioneren. Het wordt natuurlijk nog gemakkelijker als robots straks van elkaar kunnen leren, bijvoorbeeld met behulp van een speciaal soort internet.

Deze robonaut is in dienst van NASA en werkt in het ISS. Foto: NASA

Ethiek
Mensen willen robots in de toekomst voor diverse doeleinden in gaan zetten. Dat betekent dat robots soms ook in situaties terecht kunnen komen waarin ze een ethische kwestie moeten oplossen. Nu zijn de machines daar nog niet toe in staat. Om ze echt te kunnen vertrouwen, is dat toch wel noodzakelijk. Er wordt aan gewerkt, maar gemakkelijk is het niet. Een belangrijk vraagstuk daarbij is of alle robots straks ethiek meekrijgen of enkel de robots die in specifieke beroepsvelden (bijvoorbeeld: het bankwezen of de medische wereld) actief zijn.

Interactie
Naast zelfbewustzijn is het ook belangrijk dat robots zich bewust worden van ons. Want om goed te kunnen samenwerken, is communicatie zeer belangrijk. En dat begint al met lichaamstaal en oogcontact. Een robot moet weten waar zijn gesprekspartner zich ophoudt om deze aan te kunnen spreken. Hij moet ook kunnen ‘zien’ of hij iemand lastig kan vallen of dat deze druk bezig is en geen tijd heeft voor een praatje. Daar zijn al wat interessante experimenten mee gedaan waarbij een robot leerde om de aandacht van mensen te trekken en vast te stellen of hij de aandacht ook kreeg. De robot deed dat met behulp van camera’s en wist meestal wel contact te leggen. Maar het systeem moet natuurlijk hier en daar nog geperfectioneerd worden. Uiteindelijk moet een robot bijvoorbeeld ook in staat zijn om emoties af te lezen. Is zijn collega boos? Of heeft de patiënt pijn? Een echte robot moet van alle markten thuis zijn.

WIST U DAT…

…er een robot is die de Rubiks Kubus in 15 seconden kan oplossen?

Lichaam
Om het voor robots mogelijk te maken om te integreren en straks zij-aan-zij met mensen te werken en te leven, moeten we robots creëren die in veel opzichten op de mens lijken. Niet (alleen) qua uiterlijk, maar vooral ook van binnen. Ze moeten kunnen voelen en dat vraagt om een soort zenuwcellen. Ze moeten kunnen praten en zich soepel kunnen bewegen en zich ook ontwikkelen. Daarvoor zijn aanpassingen nodig. Lastige aanpassingen: het is het creëren van een kunstmatig mens en dat is moeilijk, aangezien het menselijk lichaam en al haar functies nog zoveel geheimen voor de wetenschap heeft.

Deze robot lijkt qua uiterlijk wel heel erg op de mens. Foto: Gnsin (via Wikimedia Commons).

Evolutie
Er zijn nogal wat dingen die voor ons mensen heel eenvoudig zijn, maar waar robots – ondanks het feit dat ze steeds geavanceerder worden – nog geen kaas van hebben gegeten. Zo kunt u met uw collega een grapje maken en zo even ontspannen of laten weten dat een eerder akkefietje geen rol meer speelt. Maar zoiets simpels: een grapje maken, lukt de robot nog niet. Wij mensen hebben miljoenen jaren de tijd gehad om ons te ontwikkelen en uit te groeien tot het sociale dier dat we nu zijn. Daar hebben we allerlei bewuste en onbewuste maniertjes en trucjes voor ontwikkeld waarvan de wetenschap wellicht nog maar een klein deel achterhaald heeft. De robot is bezig aan een inhaalslag, maar ligt qua niveau misschien wel tienduizenden jaren achter. Voorlopig staat dat een grootschalige integratie in de weg.

Maar het kan hard gaan. De afgelopen decennia zijn er enorme sprongen voorwaarts gemaakt als het gaat om technologie en robotica: grotere sprongen dan wij mensen in onze evolutie hebben gemaakt. Maar wanneer haalt de robot ons in? Op basis van alle ontwikkelingen die de robot de afgelopen jaren heeft doorgemaakt, verwacht onderzoeker Hans Moravec dat het brein van de robot nog voor 2050 in staat moet zijn om de competitie met ons intellect aan te gaan. Hij stelt in een artikel in het blad Scientific American dat de robot tien miljoen keer sneller ‘evolueert’ dan de mens. Dat brengt ons over zo’n veertig jaar in ieder geval als het gaat om de snelheid waarmee we informatie verwerken op gelijke hoogte. Maar zelfs dan is de robot er nog niet. Want verwerken gaat wel, maar het vergaren van impulsen is nog een enorme uitdaging. Het lijkt er tenslotte op dat een robot pas echt kan gaan integreren als hij net als ons voelt, ziet, denkt, hoort en ruikt. Integratie gaat immers het beste als er weinig verschillen zijn. En een mens, dat is de robot nog lang niet!