Japanse onderzoekers vermoeden dat de meteoriet die leidde tot het uitsterven van de dino’s op een ongelukkige plek landde: in een oliereservoir.

Over het uitsterven van de dinosaurussen is al veel gespeculeerd. De meeste onderzoekers zijn het er wel over eens dat een meteorietinslag (zo’n 66 miljoen jaar geleden in wat nu Mexico is) een rol speelde. Tijdens deze inslag werden allerlei deeltjes de lucht in geslingerd, waardoor zonlicht werd gereflecteerd en de aarde rap afkoelde.

Beperking
Volgens Japanse onderzoekers heeft deze theorie echter een beperking. Als dit werkelijk was gebeurd, zouden volgens de onderzoekers ook krokodillen en tal van andere dieren – die het vege lijf wisten te redden – zijn uitgestorven. En dus pleiten ze in het blad Nature voor een nieuwe theorie om het uitsterven van de dinosaurussen te verklaren.

De nieuwe theorie
En hoe moet die theorie dan luiden? De Japanse onderzoekers houden vast aan het idee dat de meteorietinslag de dinosaurussen fataal werd, maar dat gebeurde wel op een iets andere manier dan eerder werd aangenomen. Volgens de onderzoekers kwam de meteoriet wat ongelukkig terecht, namelijk midden in een olierijk gebied. En dat had net iets andere consequenties. Er ontstond een enorme rookwolk en roetdeeltjes verspreidden zich wereldwijd. Die roetdeeltjes zorgden voor aanzienlijk lagere temperaturen op gematigde breedte, maar op lage breedtegraden viel de afkoeling mee (wel werd het daar aanzienlijk droger).

Simulaties
Waar baseren de onderzoekers zich op? Nou allereerst wijzen ze erop dat in de ejecta (het door de inslaande meteoriet weggeslingerde materiaal) niet alleen dode organismen, maar ook ruwe olie werd aangetroffen. Daarnaast stellen ze dat een inslag in een olierijk gebied geleid moet hebben tot de consequenties die we in het geologisch archief terugzien. Dat ‘geologisch archief’ bijvoorbeeld van enorme droogte op lage breedtegraden en enorme afkoeling op gematigde breedte. Simulaties laten bovendien zien dat een inslag in een olierijk gebied leidt tot klimaatveranderingen die de dinosaurussen teveel werden, maar voor bijvoorbeeld krokodillen geen onoverkomelijk probleem vormden.

Het onderzoek buigt zich enkel over de meteorietinslag die zo’n 66 miljoen jaar geleden plaatsvond. Veel onderzoekers denken echter dat deze meteorietinslag niet de enige reden was voor het uitsterven van de dinosaurus. Sommige onderzoekers denken dat vulkaanuitbarstingen ook een rol speelden. Weer anderen vermoeden dat de dinosaurussen het reeds moeilijk hadden toen het noodlot zo’n 66 miljoen jaar geleden toesloeg.