Enge plaatjes van vieze longen of tanden of afschrikwekkende teksten zoals ‘Roken is dodelijk’ op sigarettenpakjes. Werkt dat nu echt? Amper, zo stellen onderzoekers. Sterker nog: het kan wel eens averechts werken.

De onderzoekers baseren die conclusie op een analyse van verschillende onderzoeken naar het effect van afschrikwekkende teksten en plaatjes. Slechts zes van deze onderzoeken bleken degelijk te zijn uitgevoerd, maar zelfs deze onderzoeken leverden geen overtuigend bewijs dat de plaatjes en teksten helpen. “Als je het bewijs dat er is, samenvoegt, blijkt dat angstaanjagende voorlichting in het beste geval maar een klein effect heeft en in het ergste geval zelfs averechts werkt,” stellen de onderzoekers van de universiteit van Maastricht. Sommige mensen gaan door het zien van afschrikwekkende plaatjes en teksten zelfs meer roken.

Roken is slecht voor u
Hoewel er dus geen overtuigend wetenschappelijk bewijs is dat de methode werkt, wordt deze wel veelvuldig toegepast. Zo moedigt de EU het gebruik van de teksten en plaatjes aan. Waarom eigenlijk? “Een belangrijke reden bleek de aantrekkingskracht van het communiceren van de negatieve gevolgen van het gedrag; als mensen maar weten hoe slecht iets voor ze is, zouden ze het niet doen. Maar zo werkt het dus niet.”

Twee goede redenen…

…om te stoppen met roken. Eén: uw hersenen herstellen zich nadat u gestopt bent met roken. Twee: het maakt gelukkig.

Gevaar verminderen
Maar waarom werkt het zo niet? Ook daar hebben de onderzoekers wel ideeën over, zo blijkt uit hun artikel in het blad Health Psychological Review. “Ons onderzoek onderschrijft de theorie dat angstaanjagende voorlichting alleen werkt als aan een belangrijke voorwaarde wordt voldaan: mensen moeten ervan overtuigd zijn dat ze het gevaar kunnen verminderen. Rokers zijn vaak niet overtuigd dat ze kunnen stoppen met roken. In dat geval hebben de angstaanjagende waarschuwingen geen effect, of zelfs het omgekeerde effect: mensen gaan juist meer roken.”

Grote vraag is natuurlijk: wat werkt dan wel? De onderzoekers benadrukken dat er geen eenduidig antwoord op die vraag is. Er is niet één methode die altijd even effectief is. Ze pleiten dan ook voor meer onderzoek, zodat beleidsmakers rokers op gefundeerde en dus effectievere wijze kunnen gaan aanmoedigen om te stoppen.