Als we denken aan hoe Romeinen zich mooi maakten, denken we vooral aan deftige rijke dames die zich door hun slavinnen lieten optutten. Maar ook de minderbedeelden smeerden graag.

Voor het boek Beauty en Fashion, de laatste trends uit het oude Rome, doken archeoloog drs. Dorothee Olthof en historica drs. Martine Teunissen in de verzorgingsriten van de Romeinen. Zij kwamen tot de conclusie dat verreweg de meeste Romeinen dol waren op uiterlijke verzorging, hoewel het voor de onderzoekers makkelijker was informatie te vinden over de welgestelden, stelt Olthof. “De meeste bronnen die ons iets kunnen vertellen over Romeinse beauty hebben betrekking op de bovenlaag van de bevolking zoals beelden van keizers, keizerinnen en andere leden van de keizerlijke familie en munten met diezelfde keizers en keizerinnen erop. Geschriften gaan doorgaans over rijke mensen, mummieportretten waren niet voor arme sloebers, op fresco’s en mozaïeken staan soms slaven en bedienden, maar meestal toch de deftigere mensen. Mooie archeologische vondsten komen vaak uit rijke graven. Dus we weten veel meer over de rijke Romeinen dan over de arme.”

Slaven
In sommige gevallen was het zo dat ook slaven er netjes dienden uit te zien. “Slaven waren er in soorten en maten, variërend van mijnwerkers tot leraren, van keukenhulpjes tot kapsters en schoonheidsspecialistes. Ze zullen er al naar gelang hun werk, beter of slechter verzorgd uitgezien hebben. Als je als rijke dame met je slavinnen over straat ging, was het waarschijnlijk geen reclame als die slavinnen er als bedelaars bij liepen. Al zullen ze er zeker niet net zo mooi hebben uitgezien als hun meesteres, want in de Romeinse samenleving waren kleding en uiterlijk een middel om status uit te drukken. In schriftelijke bronnen worden wel slavinnen beschreven met opgestoken haar, rode en witte make-up, rode lippen en oorbellen. In Pompeii is een slavin gevonden met een gouden armband met inscriptie waaruit bleek dat deze een geschenk was van haar meester. Maar dat is dan waarschijnlijk weer eerder uitzondering dan regel,” meent Olthof.


Goedkope badhuizen
Ze geeft aan dat het gebruik van badhuizen algemeen verbreid was. “We weten wel dat een bezoek aan het badhuis niet duur was, dus dat veel mensen zich dat op zich wel konden permitteren. Ook blijkt uit bronnen dat er voor veel dure verzorgingsproducten goedkope alternatieven bestonden. In plaats van bijvoorbeeld met het dure loodwit, konden de dames hun gezicht ook poederen met krijt of zetmeel. Met roet van een olielamp kon je net zulke mooie zwarte lijntjes trekken rond je ogen als met het dure stibium oftewel antimoon. En in heel veel graven liggen eenvoudige parfumflesjes. Dus persoonlijke verzorging leek toch wel redelijk wijdverspreid te zijn, met producten voor bijna elk budget. Net als nu: je kan naar de Kruidvat of naar de Douglas, al naar gelang hoeveel je wilt en kunt uitgeven.”

“Net zoals vandaag de dag, waren zeker niet alle Romeinse beauty regimes helemaal jofel voor de gezondheid”

De archeoloog vond het bijzonder dat er nog steeds heel veel informatie te vinden is over hoe de Romeinen zich mooi maakten. “We kunnen nog veel te weten komen over zo’n persoonlijk onderwerp als de persoonlijke verzorging van vrouwen en mannen van 2000 jaar geleden. Er zijn zowaar echte recepten bewaard gebleven die je kan namaken en er zijn potjes gevonden met hun oorspronkelijke inhoud er nog in, die je kan analyseren. Zo komt het verleden heel dichtbij. Je kan het gewoon op je huid smeren!”

Krokodillenpoep en gladiatorenzweet
Of we dat ook moeten willen, is een ander verhaal, meent ze. Net zoals vandaag de dag, waren zeker niet alle Romeinse beauty regimes helemaal jofel voor de gezondheid. “Wat dacht je van loodwit als gezichtspoeder? Uitermate giftig, maar het bleef tot in de 18e eeuw in gebruik. Of crocodilea, dat was krokodillenpoep, waarvan de dames een gezichtsmasker maakten. Klinkt vies? De Japanse geisha’s gebruiken al sinds jaar en dag uguiso no fun, poep van een bepaalde soort nachtegaal, voor hetzelfde doel. Dat is trouwens nog steeds te koop en wel op het internet voor veel geld. En gladiatorenzweet, liefst van je favoriete gladiator, zou ook een goede werking hebben voor de teint. Ach ja, tegenwoordig smeren we slakkenslijm op ons gezicht. Ook best raar. En veel hedendaagse make-up ingrediënten zijn ook verre van heilzaam.”


Plastische chirurgie
Net als nu waren de Romeinen ook bereid tot plastische chirurgie, wat nogal een hachelijke onderneming was duizenden jaren geleden. “In een tijd met gebrekkige hygiëne en zonder fatsoenlijke anesthesie, moest je wel heel dapper of wanhopig zijn om puur voor het mooi onder het mes te gaan. De voorbeelden die in de bronnen genoemd worden, weerspiegelen dit ook wel, zoals vrijgelaten slaven die van hun slaventatoeages of brandmerken af wilden, maar ook mensen die verminkingen aan neus, lippen of oren, lieten herstellen. De filosoof Celsus beschrijft in De Geneeskunst precies hoe je dit allemaal moet opereren. Zeer boeiend leesvoer, lees en huiver!” aldus Olthof.

Een Romeinse vrouw in de weer met haar kapsel. Een fresco uit de eerste eeuw na Christus. Afbeelding: via Wikimedia Commons.

Een scalpel ging de meeste Romeinen te ver, maar schoonheid was belangrijk en de schoonheidsidealen golden luid en duidelijk, meent de auteur. “De bronnen zijn te wijdverspreid door tijd en ruimte, om echt hele specifieke ‘modes’ te kunnen vaststellen. Behalve dan in de kapsels, die zijn vaak vrij nauwkeurig te dateren, omdat ze specifiek waren voor bepaalde keizerinnen. Maar een algemeen schoonheidsideaal kunnen we wel achterhalen. Een Romeinse vrouw wilde graag net zo mooi zijn als een godin. Het liefst zo mooi als Venus, de godin van de liefde en vruchtbaarheid.”

Hinderlijke mannenlucht
“Daarvoor moest ze jong, niet te lang en niet te kort zijn, niet te dik en niet te dun. Zeker niet zo dun als onze hedendaagse modellen! Die zouden er in Romeinse ogen zeer ongezond uitzien. Ze wilden brede heupen en kleine borsten. Een mooie, lichte huid zonder pukkels en rimpels, blosjes op de wangen, mooie grote ogen en lang golvend haar hoorden er ook bij. En de Romeinse vrouw moest lekker ruiken!

“et Romeinse schoonheidsideaal met een mooie egale teint, blosjes op de wangen, sprekende ogen, rode lippen, prachtige haren is eigenlijk hetzelfde als het onze”

Een Romeinse man mocht wat ruiger zijn, maar werd wel geacht zichzelf te verzorgen. Hij moest juist bruin zijn van het sporten in de buitenlucht, met goed geknipt haar. Kaal worden vonden mannen toen ook al niet leuk. Hij moest goed zittende kleren dragen en zonder ‘hinderlijke mannenlucht’ zijn, zoals de dichter Ovidius het noemde. Het Romeinse schoonheidsideaal met een mooie egale teint, blosjes op de wangen, sprekende ogen, rode lippen, prachtige haren is eigenlijk hetzelfde als het onze. Alle producten die de Romeinen hadden, hebben we nu nog steeds. Denk aan anti-rimpelcrème, ontharingsmiddelen, scrub, make-up, haarverf, krultangen, pruiken en haarstukjes, kunstgebitten, sieraden, parfum. De ingrediënten zijn anders, maar niet per se minder schadelijk en de bedoeling is dezelfde, namelijk de natuur een handje helpen, waar iemand van zichzelf niet geheel voldoet aan het heersende schoonheidsideaal.”

De wondercreme van Galenus
Hebben de Romeinen ons dan behalve het aquaduct en het riool dan ook de make-up en creme gebracht? Olthof heeft in ieder geval tot slot voor hen die nog op zoek zijn naar nieuwe vintage tips, wel de volgende adviezen: “De effectiviteit van de producten varieerde, net zoals van producten vandaag de dag. Sommigen zijn te giftig om uit te proberen, maar aangezien bijvoorbeeld loodwit vele eeuwen in gebruik bleef, neem ik aan dat het werkte. Schrijver, militair en wetenschapper Plinius beschrijft ontharingsmiddelen, waarvan ik niet geloof dat er ook maar één haar van uit zal vallen. De cold cream van de arts Galenus daarentegen, een mengsel van olie, bijenwas en rozenwater, is super effectief, de beste crème ooit! Ik hoef nooit meer andere.”