ESA’s Rosetta-ruimtesonde heeft ingrediënten voor leven gevonden op de komeet 67P, zoals glycine (aminozuur) en fosfor. Glycine treffen we aan in eiwitten, terwijl fosfor een belangrijk component van DNA en celmembranen is.

Het blijft een mysterie hoe leven op aarde is ontstaan. Toen de aarde ontstond, was de planeet nog veel te warm voor de creatie van leven. Een populaire theorie is dat kometen na de afkoeling van de aarde organische moleculen en water naar de aarde brachten, waarna leven ontstond. “Wij zijn voorstanders van dit scenario omdat het alle ingrediënten bevatte voor leven: aminozuren, water en energie”, zei onderzoeker Jennifer Blank tijdens een conferentie in 2012.

Er zijn al kometen bekend die water met dezelfde samenstelling als de oceanen op aarde bevatten. De ontdekking van water op komeet 67P komt dus niet als een verrassing. De vondst van aminozuren is wel opmerkelijk. Er werden al aminozuren gevonden in monsters van de komeet Wild-2, die in 2006 naar de aarde zijn gebracht, alleen was daarbij mogelijk sprake van vervuiling. Nu heeft Rosetta meerdere keren glycine gespot in de coma (oftewel de atmosfeer) van de komeet. Eindelijk is er direct bewijs van aminozuren op een komeet.

“Glycine is de enige aminozuur die kan ontstaan zonder vloeibaar water”, zegt onderzoeker Kathrin Altwegg van het ROSINA-instrument. Zij is de hoofdauteur van het paper dat vrijdag is verschenen in het wetenschappelijke vakblad Science Advances. “Tegelijkertijd hebben we ook andere organische moleculen ontdekt, die de voorlopers zijn van glycine. Mogelijk kunnen we ook achterhalen hoe glycine is gevormd.”

Ook de vondst van fosfor is van groot belang. Fosfor vormt het raamwerk van DNA. Cellen gebruiken fosfor om energie te verplaatsen voor metabolisme.

Meerdere keren ontdekt
Rosetta ontdekte glycine voor het eerst in oktober 2014, toen de afstand tussen de ruimtesonde en de komeet slechts tien kilometer was. Daarna werd glycine in maart 2015 aangetroffen op 15 tot 30 kilometer van de komeet 67P. “We zien een sterk verband tussen glycine en stof”, zegt Altwegg. Een stofdeeltje heeft een jasje van ijs met daarin vluchtige stoffen, waaronder glycine. “Glycine en andere vluchtige stoffen komen vrij, wanneer ze opwarmen in de coma van de komeet.”

Glycine verandert in een gas bij een temperatuur van 150 graden Celsius. Een komeet is vaak ijskoud, waardoor veel glycine verborgen blijft onder het oppervlak. Komeet 67P warmde de afgelopen jaren flink op, waardoor er veel ijsdeeltjes verdampten en er dus ook aardig wat glycine vrijkwam.

Tijdcapsules
Het is fascinerend om te zien dat kometen tijdcapsules zijn. De basisingrediënten voor leven liggen hier – zelfs 4,5 miljard jaar na het ontstaan van het zonnestelsel – nog veilig opgeslagen. Door meer kometen te bezoeken en computersimulaties te verbeteren, zouden we steeds meer vragen over onze oorsprong moeten kunnen beantwoorden. Het zijn spannende tijden!