De prehistorische mens had verrassend veel oog voor en verstand van het heelal.

Dat blijkt uit een nieuwe studie, waarbij Engelse onderzoekers grotschilderingen die over Europa verspreid liggen nog eens onder de loep namen. En na nadere inspectie blijkt dat deze kunstwerken niet zomaar afbeeldingen van wilde dieren zijn, maar dat ze de diersymbolen van sterrenconstellaties moeten voorstellen. Waarschijnlijk gebruikte de prehistorische mens de tekeningen om de datum bij te houden en grote gebeurtenissen – zoals komeetinslagen – vast te leggen.

Equinoxen
De onderzoekers toonden aan dat de prehistorische mens de tijd bijhield door naar de sterren te kijken en te aanschouwen hoe hun positie aan de nachtelijke hemel langzaam verandert. Dit fenomeen dat bekend staat als equinoxen, wordt veroorzaakt door de geleidelijke verschuiving van de rotatie-as van de aarde. De ontdekking hiervan werd tot op heden altijd aan de Grieken toegeschreven.

Grotschilderingen
De onderzoekers bestudeerden tekeningen van dieren die in grotten in Turkije, Spanje, Frankrijk en Duitsland werden gevonden. Deze tekeningen zijn op verschillende momenten in de geschiedenis aangebracht, zo zitten er tussen sommige tekeningen wel tienduizenden jaren. Toch lijken ze allemaal iets gemeen te hebben. De onderzoekers rekenden namelijk uit wat precies de positie van de sterren was op het moment dat de schilderingen op de muren getekend waren. En uit de bevindingen blijkt dat alle tekeningen precies overeenkomen met de sterrenbeelden uit de dierenriem.

Kunstwerken
De onderzoekers probeerden hierna ook andere kunstwerken te duiden. Zo bekeken ze één van ’s werelds oudste kunstwerken, het standbeeldje ‘de Leeuwmens’ dat in de Stabelgrotten werd ontdekt. En ook dit beeldje blijkt in overeenstemming te zijn met het sterrenbeeld uit de dierenriem. Ook bekeken de onderzoekers een van de bekendste kunstwerken uit de oudheid: een muurschildering uit de grotten van Lascaux, waarop een stervende man, omringd door verschillende dieren te zien is. Waarschijnlijk stelt dit een komeetinslag voor, die zo’n 15.200 jaar voor Christus plaatsvond.

De resultaten onthullen dat mensen die zo’n 40.000 jaar geleden op de aarde rondliepen, veel meer kennis over het heelal hadden dan tot nu toe werd gedacht. “De vroege grotkunst laat zien dat mensen uit de laatste ijstijd geavanceerde kennis over onze nachtelijke hemel hadden,” zegt onderzoeker Martin Sweatman. “Intellectueel gezien waren ze nauwelijks anders dan wij vandaag de dag.”