De sonde – die rond Saturnus cirkelt – heeft miljoenen stofdeeltjes opgevangen en 36 ervan zijn afkomstig uit de interstellaire ruimte, zo blijkt nu.

Cassini cirkelt alweer twaalf jaar rond de gasreus en heeft in die periode miljoenen stofdeeltjes opgevangen en geanalyseerd. De meeste deeltjes zijn afkomstig van Enceladus: geisers op deze maan slingeren heel wat materie de ruimte in. Maar nu stellen onderzoekers dat tussen die miljoenen deeltjes ook enkele stofdeeltjes zitten die afkomstig zijn van de interstellaire ruimte, oftewel de ruimte tussen sterren.

Elk jaar een paar
Het is niet voor het eerst dat onderzoekers interstellair stof in het zonnestelsel aantroffen. Al in de jaren negentig werd interstellair stof gespot. Dat stof was afkomstig uit de lokale interstellaire wolk: een bijna lege bubbel van gas en stof waar ons zonnestelsel doorheen reist. “Op basis van die ontdekking hoopten we altijd dat we in staat zouden zijn om deze interstellaire indringers bij Saturnus met Cassini te detecteren,” vertelt onderzoeker Nicolas Altobelli. “We wisten dat we ze – wanneer we in de goede richting keken – moesten vinden. En inderdaad, gemiddeld hebben we elk jaar een paar van die stofdeeltjes gevangen.”

Snelheid
Die kleine stofdeeltjes reisden met een snelheid van meer dan 72.000 kilometer per uur langs Saturnus. Daarmee reizen ze snel genoeg om te voorkomen dat ze door de zwaartekracht van de zon of de planeten te worden ‘gevangen’.

Hoewel Cassini dus niet de eerste is die interstellair stof in het zonnestelsel spot, is het wel de eerste die de samenstelling van het stof analyseerde. En uit die analyse blijkt dat het stof niet gemaakt is van ijs, maar van een heel specifieke mix van mineralen. Verrassend genoeg hadden alle interstellaire stofdeeltjes vrijwel dezelfde samenstelling. “Kosmisch stof ontstaat wanneer sterren sterven, maar omdat er zoveel typen sterren zijn, hadden we natuurlijk verwacht dat we tijdens dit langlopende onderzoek een groot aantal soorten stof zouden detecteren,” vertelt onderzoeker Frank Postberg. Sterrenstof wordt ook wel aangetroffen in sommige meteorieten, die het stof sinds de geboorte van ons zonnestelsel hebben opgeslagen. Doorgaans is het stof oud en qua samenstelling heel divers. Omdat de stofdeeltjes die Cassini heeft opgevangen dat niet zijn, denken de onderzoekers dat deze stofdeeltjes tijdens hun reis door het interstellaire medium uniformer zijn geworden.