Binnenkort keert de sonde – gewapend met materiaal van Bennu – terug naar de aarde.

In oktober vorig jaar bemonsterde ruimtesonde OSIRIS-REx de planetoïde Bennu. Daarbij heeft deze ongetwijfeld een behoorlijke rommel veroorzaakt op Bennu. Maar hoe groot de schade werkelijk is, komen we binnenkort te weten. De sonde scheert morgen namelijk op slechts 3,7 kilometer hoogte over de bemonsterde locatie heen.

Laatste scheervlucht
Het is de laatste scheervlucht die de ruimtesonde maakt. In mei zet OSIRIS-REx namelijk koers richting de aarde. De op Bennu verzamelde gesteenten en stof moeten hier in september 2023 worden afgeleverd voor analyse.


Tijdens de laatste scheervlucht bestudeert OSIRIS-REx de planetoïde gedurende 5,9 uur. In die periode maakt de sonde beelden van het noordelijk en zuidelijk halfrond en het gebied rondom de evenaar. Vergelijkbare beelden zijn in oktober 2019 gemaakt. Door die eerder gemaakte beelden te vergelijken met de beelden die morgen worden verzameld, kan men een goed beeld krijgen van de mate waarin de planetoïde door OSIRIS-REx is aangetast.

Verstoord
Dat er door het bemonsteren van de planetoïde wel iets veranderd zal zijn, staat vast. Tijdens de bemonstering is het oppervlak van Bennu namelijk op verschillende manieren flink verstoord. Zo leidde het bemonsteren zelf tot een verstoring van oppervlaktemateriaal. Maar ook daarna – toen OSIRIS-REx zijn stuwraketten activeerde om zich bij Bennu vandaan te bewegen – werd het oppervlaktemateriaal flink beroerd. En het gaat dan niet alleen om fijn stof; door de beperkte zwaartekracht op Bennu kwamen tijdens en na het bemonsteren ook veel zwaardere stenen in beweging.

Vervolgmissie?
Tijdens de scheervlucht zal moeten blijken in hoeverre OSIRIS-REx er op Bennu een zooitje van heeft gemaakt. Maar dat is niet het enige doel van de scheervlucht. Zo wil NASA ook de andere instrumenten aan boord van de ruimtesonde – waaronder de OSIRIS-REx Visible and Infrared Spectrometer en Laser Altimeter – data laten verzamelen. Het moet uitwijzen of de instrumenten – die tijdens het bemonsteren ook rijkelijk met stof bedekt zijn geraakt – nog naar behoren werken. Dat is weer relevant voor de vraag of OSIRIS-REx nog een tweede missie kan voltooien. NASA speelt namelijk met de gedachte om de ruimtesonde – nadat deze de op Bennu verzamelde monsters op aarde heeft afgeleverd – opnieuw op pad te sturen.

Na de scheervlucht duurt het nog een paar dagen voor alle verzamelde data op aarde arriveren. OSIRIS-REx blijft ondertussen nog even bij Bennu rondhangen; pas op 10 mei zal deze koers zetten richting de aarde. De terugreis duurt dan nog meer dan twee jaar; pas in september 2023 wordt OSIRIS-REx weer in de buurt van de aarde verwacht. De sonde reist dan door de aardse atmosfeer en werpt de capsule gevuld met het van Bennu afkomstige materiaal af. Deze capsule moet dan in Utah landen, waarna het materiaal verspreid wordt onder wetenschappers wereldwijd. Zij hopen aan de hand van de monsters meer te weten te komen over Bennu. Maar dat niet alleen; de monsters kunnen ons hopelijk ook meer vertellen over de omstandigheden in het piepjonge zonnestelsel. Aangenomen wordt namelijk dat het materiaal net als ons zonnestelsel zo’n 4,5 miljard jaar oud is en in al die jaren nauwelijks veranderd is.


Het is niet voor het eerst dat onderzoekers op aarde de handen kunnen leggen op materiaal afkomstig van een planetoïde. Eerder bemonsterde de Japanse ruimtevaartorganisatie al de planetoïden Itokawa en Ryugu. De laatstgenoemde planetoïde leek grappig genoeg qua vorm behoorlijk op Bennu. Maar dat wil zeker niet zeggen dat de twee planetoïden ook in andere opzichten op elkaar lijken. Zo bleek uit eerdere observaties al dat Bennu waterrijker is dan Ryugu. “Observaties wijzen erop dat de twee planetoïden elk een andere geschiedenis hebben,” zo vertelde Jason Dworkin, projectwetenschapper bij het OSIRIS-REx-project eerder aan Scientias.nl. “Een vergelijking van de twee planetoïden vanuit de ruimte heeft al verschillende onverwachte verschillen en overeenkomsten onthuld en ik kan niet wachten om te zien hoe die tot uiting komen in de monsters die op deze twee verschillende planetoïden zijn verzameld.” Het feit dat er al eerder planetoïden zijn bemonsterd maakt de missie van OSIRIS-REx dus duidelijk niet minder waardevol; het biedt onderzoekers juist de kans om meerdere planetoïden met elkaar te vergelijken.