Onduidelijk blijft hoeveel brandstof de telescoop nog aan boord heeft.

De beroemde ruimtetelescoop werd in augustus in slaapstand gezet. Kort daarvoor hadden onderzoekers alle data die de ruimtetelescoop tijdens zijn laatste waarneemrun had verzameld, al gedownload. NASA nam vervolgens de tijd om de gezondheid van de oude ruimtetelescoop te monitoren en vervolgstappen te plannen.

Aan het werk
Inmiddels zijn we zo’n twee weken verder en is Kepler weer ontwaakt. En dat niet alleen: de ruimtetelescoop is aan zijn negentiende waarneemrun begonnen!

Paar probleempjes
In een update laat NASA weten dat er wel wat aanpassingen nodig waren alvorens Kepler het werk weer kon hervatten. Zo was er een probleempje met één van de stuwraketten. Maar met wat aanpassingen kan Kepler toch uit de voeten. Helaas zijn er aanwijzingen dat de ruimtetelescoop er na zijn dutje wel moeite mee heeft om zich op één punt te oriënteren. Dat laatste is belangrijk, omdat de telescoop exoplaneten opspoort door de helderheid van sterren langdurig te monitoren.

Brandstof
Ook is nog altijd onduidelijk hoeveel brandstof Kepler aan boord heeft. In maart liet NASA weten dat de ruimtetelescoop na zo’n negen jaar in de ruimte actief te zijn geweest bijna door zijn brandstof heen is. Het is echter niet mogelijk om vast te stellen hoeveel brandstof de telescoop nog exact heeft en wanneer deze dus daadwerkelijk zonder zal komen te zitten. Bij veel ruimtemissies zou dat een probleem zijn, omdat je altijd een restje brandstof over moet houden voor een laatste manoeuvre om te voorkomen dat een telescoop of satelliet stuurloos door de ruimte dwaalt en op aarde of andere hemellichamen neerstort. Kepler heeft dat probleem niet; de sonde bevindt zich op grote afstand van de aarde en andere ‘sensitieve omgevingen’ (zie kader). Dus kan NASA de ruimtetelescoop tot het bittere eind inzetten voor het verzamelen van data. En dat is de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie dan ook van plan.

Sensitieve omgevingen
Toen ruimtesonde Cassini bijna door haar brandstof heen was, kreeg deze opdracht om het laatste restje brandstof te gebruiken voor een duikvlucht in de atmosfeer van Saturnus. Daar viel de sonde al snel uiteen. Een bewuste keuze, want NASA wilde voorkomen dat Cassini stuurloos zou raken en neer zou storten op één van de manen van Saturnus. Sommige van die manen zijn wellicht geschikt voor leven en je wilt die natuurlijk zo ongerept mogelijk houden en zeker niet besmetten met van de aarde afkomstige bacteriën. En hoewel ruimtesonde grondig ontsmet worden alvorens ze gelanceerd worden, is dat altijd een risico. Vandaar dat NASA in de buurt van dergelijke ‘sensitieve omgevingen’ liever het zekere voor het onzekere neemt en sondes uit de lucht haalt.

Kepler werd in 2009 gelanceerd. Na problemen met twee reactiewielen was Kepler in 2013 niet langer in staat om de blik vast op het stukje heelal te richten dat deze bestudeerde. NASA bedacht echter een oplossing en Kepler kon met wat aanpassingen toch blijven zoeken naar exoplaneten. NASA hoopte dat Kepler tijdens dit tweede deel van de missie – K2 genaamd – nog zo’n tien waarnemingsruns zou kunnen voltooien. Maar inmiddels is deze dus aan zijn negentiende waarnemingsrun begonnen. De ruimtetelescoop heeft inmiddels al meer dan 5000 (kandidaat-)exoplaneten opgespoord.