Ze hopen de banaan met een beetje hulp van de ronduit oneetbare wilde bananen toch nog een toekomst te kunnen geven.

Op dit moment gaat het de banaan niet voor de wind. Door klimaatverandering, plagen en desastreuse ziektes dreigt ’s werelds favoriete fruit te verdwijnen. Wetenschappers doen er echter alles aan om de banaan van de ondergang te redden. En mogelijk is daarbij een rol weggelegd voor het oneetbare neefje van de alom bekende banaan.

Achteruitgang
De banaan dreigt al een tijdje te verdwijnen. In 2016 voorspelden onderzoekers bijvoorbeeld al dat door toedoen van schimmelziekten de bananenindustrie wereldwijd binnen vijf tot tien jaar op z’n gat zou kunnen komen te liggen. Ook klimaatverandering en plagen doen een duit in het zakje. Een bijkomend probleem is het feit dat vrijwel alle bananen die je hier in de supermarkt ziet liggen, Cavendish-bananen zijn. De Cavendish-bananenplanten komen van oorsprong allemaal voort uit één plant en als klonen hebben ze allemaal hetzelfde genotype. En dat is natuurlijk vragen om problemen.


Oorsprong
Waar de banaan precies vandaan komt? De banaan vindt zijn vroegste oorsprong in Papoea-Nieuw-Guinea. Hier werd hij zo’n 7000 jaar geleden gedomesticeerd door inheemse gemeenschappen. Het ging om een vroege voorouder van de hedendaagse banaan, namelijk de Musa acuminata, ondersoort Banksii. Deze ziet er overigens ook heel anders uit dan de alomtegenwoordige Cavendish-banaan. Als je ‘m pelt, verschijnen er honderden grote, harde zaden. Deze zijn er niet voor niets: hierdoor kan hij zich gemakkelijker in het wild verspreiden. Vandaag de dag groeit er nog steeds een kleurrijke mix van wilde bananen (waaronder Banksii) in de vochtige bossen van Nieuw-Guinea. Door ontbossing en branden in de tropische en subtropische bossen verliezen we echter ook steeds meer wilde bananensoorten. En dat is verontrustend. Hierdoor lopen we namelijk het risico om zowel de voorouder, als de hedendaagse banaan te verliezen.

Bananen bevatten oorspronkelijk harde zaden. Deze eigenschap is nog steeds te zien bij wilde soorten in Papoea-Nieuw-Guinea. Afbeelding: S.Carpentier

In een poging om de banaan te behoeden van de ondergang, haasten wetenschappers zich om deze wilde neefjes van de bekende eetbare banaan te doorgronden. Tegen de achtergrond van klimaatverandering, plagen en ziekten bestuderen onderzoekers en telers namelijk verschillende bananensoorten op eigenschappen zoals ziektetolerantie, plaagresisentie en het vermogen om zich aan te passen aan sterk fluctuerende temperaturen. En wilde bananen beschikken over een grotendeels onaangeboorde rijkdom aan genetische diversiteit. “Het is heel belangrijk voor telers om toegang te krijgen tot wilde verwanten van bananen om hen te helpen de eigenschappen te vinden waar ze naar op zoek zijn,” legt onderzoeker Sebastien Carpentier uit. Wilde bananensoorten beschikken dus over belangrijke eigenschappen die cruciaal zijn om ’s werelds favoriete fruit te helpen obstakels te kunnen overleven.

Genenbank
Overigens beschikt de Belgische genenbank ook al over een grote verzameling aan kiemplasma van de banaan. Op dit moment liggen er zo’n 1.617 monsters van verschillende rassen en soorten in België opgeslagen. Wetenschappers denken dat er echter nog veel meer soorten in het wild te vinden zijn. “We weten alleen niet hoeveel,” zegt onderzoeker Bart Panis.


Expeditie
Onderzoekers hopen de banaan met een beetje hulp van de ronduit oneetbare wilde bananen toch nog een toekomst te kunnen geven. En daarom hebben ze een expeditie naar de geboorteplaats van de banaan op touw gezet: Papoea-Nieuw-Guinea. Door meer monsters te verzamelen in het oorspronkelijke leefgebied van de banaan die vervolgens voor verder onderzoek worden overgebracht naar de genenbank, wil het team proberen om de toekomst van de banaan veilig te stellen. Bijna twee weken lang speurde het team hoog en laag terrein af en verzamelde in totaal 31 trossen afkomstig van acht verschillende soorten. Ondertussen bestudeerden ze ook hoe de soorten zich aan verschillende omgevingen hadden aangepast.

Een boer draagt een tros wilde maclayi bananen. Afbeelding: S.Carpentier

Droogte
Terug in België voerden de onderzoekers een reeks experimenten uit om de nieuw verzamelde bananensoorten beter te doorgronden. En dit leidde tot een interessante ontdekking. De wilde banaan bekend onder de naam Musa balbisiana blijkt zich namelijk na een woekerende brand prima te kunnen herstellen. Dit wijst op de groei van een uitgebreid wortelsysteem waardoor hij gemakkelijker water kan opnemen. En dat is heel relevant. Dit verschaft onderzoekers namelijk hele belangrijke informatie over efficiënt watergebruik, wat telers zou kunnen helpen om bananen te helpen aanpassen aan de voorspelde toekomstige droogte. En dat is enorm belangrijk, aangezien boeren momenteel al tot wel 65 procent van hun oogsten verliezen als gevolg van droogte.

Maar dat is nog niet alles. Het veelbelovende onderzoek zou namelijk ook zomaar korte metten kunnen maken met de plagen en ziektes die bananen teisteren. “We moeten doorgaan met het verzamelen, opslaan en screenen van het weerstandsvermogen van wilde bananen,” zegt Carpentier. De wetenschappers concluderen dat dit werk slechts een stukje van de puzzel is van de voortdurende inspanningen om leemtes in de kennis op te vullen en het voortbestaan van diverse en veerkrachtige bananen te verzekeren. Volgens Panis en Carpentier maakt het niet uit wie het werk verricht. Maar het is wel van cruciaal belang dat wilde bananen verzameld en bewaard worden, voordat ze voor altijd zijn verdwenen.