Door onder meer tot wel twee kilo zware stenen te verplaatsen, kan de kikker poeltjes creëren voor zijn jongen.

Dat schrijven onderzoekers in het blad Journal of Natural History. “Dit is heel verrassend,” aldus onderzoeker Mark-Oliver Rödel.

De goliathkikker
Rödel en collega’s onderzochten de goliathkikker (Conraua goliath), te vinden in Kameroen en Equatoriaal-Guinea. Deze kikkers kunnen tot wel 3,3 kilo zwaar worden en gemakkelijk een lichaamslengte van zo’n 34 centimeter (dat is nog exclusief de poten) bereiken. Hoewel de kikkers vanwege die flinke omvang redelijk beroemd zijn, weten we vrij weinig over hun voortplantingsgedrag. Het onderzoek van Rödel en collega’s brengt daar enigszins verandering in. “Goliathkikkers zijn niet alleen gigantisch, maar onze ontdekking laat zien dat ze ook heel aandachtige ouders lijken te zijn,” aldus onderzoeker Marvan Schäfer.


Het onderzoek
De onderzoekers wandelden langs de oevers van de Mpoula-rivier op zoek naar plaatsen waar de goliathkikker zich aan het voortplanten was. In eerste instantie konden ze alleen eitjes en kikkervisjes vinden. Maar al snel viel het ze op dat deze vaak voorkwamen op plekken waar de rivier enigszins verbouwd was. Nabij de oever was materiaal verschoven en opgestapeld, waardoor kleine, afgescheiden poeltjes ontstonden waarin de stroming van de rivier geen of nauwelijks een rol speelde. “We hebben het de goliathkikkers nooit zien doen, maar afgaand op indirect bewijs is het duidelijk dat zij materiaal (zoals bladeren en keien) uit natuurlijke poeltjes duwen of grotere en kleinere stenen wegduwen om compleet nieuwe poeltjes te vormen,” legt Rödel desgevraagd uit. Daarbij worden soms stenen van wel twee kilo zwaar verplaatst. “De enige manier waarop de goliathkikkers dat kunnen doen, is met behulp van hun enorme en zeer gespierde achterpoten,” stelt Rödel. “Het lichaam van een volwassen mannetje kan al langer zijn dan 34 centimeter en de poten zijn nog langer.”

Veilig
De poeltjes die de gespierde kikkers zo vormen, zijn zeker geen overbodige luxe. “Het afzetten van de eitjes in de rivier zou vrijwel zeker leiden tot de dood van al het nageslacht,” vertelt Rödel aan Scientias.nl. “Het water in de rivier stroomt heel snel en kan de kikkervisjes en eitjes gemakkelijk wegspoelen, waardoor ze of gelijk sterven of worden opgegeten.” In de rivieren leven namelijk garnalen en vissen die dol zijn op eitjes en kikkervisjes. Maar doordat de goliathkikker zijn nageslacht in zelfgemaakte poeltjes aan de rand van de rivier onderbrengt, kunnen zij er niet bij (tenzij het waterniveau opeens flink stijgt).

Drie soorten poeltjes
Het onderzoek wijst uit dat de goliathkikkers op drie verschillende manieren een poeltje kunnen creëren dat geschikt is voor het grootbrengen van het nageslacht. Soms gaan ze aan de slag met een bestaand poeltje en halen alle bladeren, stenen en andere materialen die van nature in zo’n poeltje voorkomen, eruit. Het komt echter ook voor dat ze aan de slag gaan met een ondiep poeltje en dat verder uitdiepen, waarbij het materiaal dat eruit komt als een soort dam rond het poeltje wordt opgeworpen. Op vergelijkbare wijze komt ook het derde type poeltje tot stand, waarbij de kikkers (grote) stenen in ondiep water opzij duwen, zodat een poeltje met daaromheen een cirkelvormig dammetje ontstaat.

Een poeltje, gemaakt door de goliathkikker. De kikker heeft van bladeren een dam gemaakt. Afbeelding: Marvin Schäfer.

Zo op het eerste gezicht is het laatstgenoemde type poeltje het meest veilig; volgens de onderzoekers is de kans dat de eitjes eruit stromen vrij klein. Het lijkt misschien vreemd dat de kikkers er dan nog twee andere – minder veilige – types poeltjes op nahouden, maar Rödel denkt dat wel te kunnen verklaren. “We denken dat er een afweging moet worden gemaakt tussen de energie die de goliathkikkers nodig hebben om een heel nieuw poeltje te maken of een bestaand poeltje aan te passen en de overlevingskansen van het nageslacht. Als je bestaande poeltjes kunt gebruiken die je alleen maar hoeft op te schonen, waarom zou je dan zoveel tijd steken in het uitgraven van een nieuw poeltje? Maar bestaande poeltjes bevinden zich meestal in de rivierbedding en een beetje regen kan ervoor zorgen dat het water stijgt, de poeltjes onderlopen en roofdieren de poeltjes binnengaan en de eitjes en kikkervisjes opeten. Als je een nieuw poeltje uitgraaft, kun je de roofdieren vermijden, maar als er gedurende een lange periode geen regen valt, kan het waterniveau dalen en je nieuwe poeltje ook droogvallen, waarna eveneens alle eitjes en kikkervisjes doodgaan. Dus elk van de drie verschillende nesttypes heeft voor- en nadelen en de kikkers moeten bepalen wat op een gegeven moment en onder gegeven omstandigheden de beste keus is.”

Bewaken
Het interessante onderzoek toont niet alleen aan dat de goliathkikkers hun eigen tamelijk veilige kraamkamers bouwen, maar ook dat ze deze actief beschermen. Zo ontdekten de wetenschappers dat de kikkers de poeltjes ’s nachts bewaken. Hoe de mannetjes en vrouwtjes de taken precies verdeeld hebben, is onduidelijk; van een afstandje is niet zo gemakkelijk te zien tot welk geslacht de goliathkikkers behoren.

Jacht
“Het feit dat we deze gedragingen nu pas ontdekt hebben, laat wel zien hoe weinig we weten over enkele van de meest spectaculaire wezens op onze planeet,” stelt Rödel. Hij kan dan ook niet wachten om meer onderzoek te doen naar deze enorme kikkers. Enige haast is daarbij geboden. De goliathkikkers staan namelijk te boek als ‘ernstig bedreigd’; hun aantallen zijn in de afgelopen tien jaar gehalveerd. Dat is met name te wijten aan de jacht, zo vertelt Rödel. “Het grootste probleem waar de soort vandaag de dag mee te maken heeft, is dat het vlees ervan zeer gewaardeerd wordt en lokale jagers veel bestellingen krijgen voor trouwfeesten en andere belangrijke ceremoniën waar gasten verwachten dat er vlees van de goliathkikkers wordt geserveerd.”

Door meer over de kikkers te weten te komen, hoopt Rödel dat er effectievere maatregelen kunnen worden genomen om de kikkers tegen jagers te beschermen. Het nieuwe onderzoek geeft al veel meer inzicht in het gedrag van de kikkers, maar roept ook veel vragen op. Zo is Rödel bijvoorbeeld heel benieuwd of de kikkers ook daadwerkelijk in reactie op veranderingen in hun omgeving voor andere typen poeltjes kiezen. “Ook willen we meer te weten komen over de rolverdeling tussen mannetjes en vrouwtjes: bouwt het mannetje de poeltjes en bewaakt hij ze ook? Of doet hij het samen met het vrouwtje? En paart hij met verschillende vrouwtjes en worden poeltjes daarbij hergebruikt of niet? Dat is allemaal nog onduidelijk.”