Een ‘perfecte’ samenloop van omstandigheden – de mens die niets of niemand ontziet en klimaatverandering – kostte de reuzen uit de IJstijd uiteindelijk de kop.

Tot die conclusie komen onderzoekers. Hun studie maakt mogelijk een einde aan een stokoud mysterie: het uitsterven van de indrukwekkend grote dieren uit de IJstijd.

Uitsterven
Ooit waren er op aarde luiaarden te vinden die net zo groot waren als olifanten. En sabeltandkatten zo groot als leeuwen. Het is misschien moeilijk voor te stellen, maar ze hebben echt bestaan. Je kon ze onder meer tegenkomen in het zuidelijke puntje van Zuid-Amerika. Maar zo’n 12.300 jaar geleden stierven deze ‘mega-fauna’ abrupt uit. Waarom? Dat was lang een mysterie. Sommigen dachten dat de mens de boosdoener was: mensen zouden intensief op de grote dieren hebben gejaagd. Anderen dachten dat klimaatverandering verantwoordelijk was voor het uitsterven van de grote dieren.

Een schedel van een sabeltandkat. Afbeelding: Wallace63 (via Wikimedia Commons).

Een schedel van een sabeltandkat. Afbeelding: Wallace63 (via Wikimedia Commons).

Samenloop
Een nieuw onderzoek maakt een einde aan die discussie en stelt dat een ‘perfecte’ samenloop van omstandigheden de grote dieren uiteindelijk de kop kostte. Zo blijkt dat de komst van mensen naar Zuid-Amerika er niet voor zorgde dat de grote dieren massaal uitstierven. Dat gebeurde pas meer dan 1000 jaar nadat mensen het leefgebied van de grote dieren koloniseerde. In die tijd warmde het gebied rap op en vervolgens stierven de grote dieren binnen 100 jaar uit.

Botten en tanden
Hoe weten de onderzoekers dat zo zeker? Ze wijzen erop dat mensen Amerika in een rap tempo koloniseerden. “De Amerika’s zijn uniek, omdat mensen van Alaska naar Patagonië over twee continenten reisden en dat in minder dan 1500 jaar,” vertelt onderzoeker Chris Turney. “Terwijl ze dat deden, reisden ze door verschillende klimaten: warm in het noorden en koud in het zuiden. Hierdoor kunnen we zien welke impact de mens onder verschillende klimaten had.” Tanden en botten, teruggevonden in grotten in Patagonië laten zien dat de impact van de mensen pas lang nadat deze in Patagonië waren aangekomen, piekte. Precies in de tijd dat het klimaat er opwarmde.

Uiteindelijk stierven alle mega-fauna uit, zo stellen de onderzoekers. Met uitzondering van de voorouders van de lama’s en alpaca’s (de vicuña en guanaco). En zelfs die dieren waren bijna uitgestorven. “De oude genetische gegevens laten zien dat alleen de late aankomst in Patagonië van een populatie guanaco’s, afkomstig uit het noorden, de soort redde, alle andere populaties stierven uit,” stelt onderzoeker Jessica Metcalf.