Nadat het continent opvallend lang min of meer ‘coronavrij’ leek te blijven, zijn er inmiddels meer dan 200.000 besmettingen gemeld.

Dat blijkt uit cijfers van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Het virus verspreidt zich bovendien steeds sneller. Waar het zo’n 98 dagen duurde voor het aantal bevestigde besmettingen boven de 100.000 uitkwam, waren er vervolgens maar 19 dagen nodig om de 200.000 besmettingen aan te tikken. Van de meer dan 200.000 mensen die positief zijn getest, zijn er inmiddels meer dan 5600 overleden.

Zuid-Afrika
Hoewel het virus zich dus steeds sneller over het continent verspreidt, lijkt het er wel op dat het lang niet in elk land even hard toeslaat. De grootste klappen vallen in tien van de 54 landen die Afrika telt. Deze tien landen herbergen samen maar liefst 80% van alle besmette patiënten. Met name Zuid-Afrika is hard getroffen; maar liefst 25 procent van alle bevestigde besmettingsgevallen op het continent zijn binnen de grenzen van dit land te vinden. Meer dan 70% van de sterftegevallen vonden plaats in slechts vijf landen, te weten Algerije, Egypte, Nigeria, Zuid-Afrika en Soedan.


Ook Afrikaanse landen hebben – vrij snel nadat de eerste besmettingen op het continent waren vastgesteld – maatregelen getroffen om de verspreiding van het virus te beperken. Er werden lockdowns afgekondigd en mensen kregen de opdracht afstand van elkaar te houden, regelmatig de handen te wassen en bij verkoudheidsklachten thuis te blijven en coronapatiënten werden geïsoleerd en hun contacten opgespoord. Volgens de WHO heeft dit ook de verspreiding van het virus in Afrika flink afgeremd.

Afweging
Verschillende Afrikaanse landen zijn inmiddels begonnen met het versoepelen van de maatregelen, die – hoewel effectief in de strijd tegen het virus – met name voor de kwetsbare en gemarginaliseerde Afrikanen vaak ook grote problemen met zich meebrachten. In veel Afrikaanse landen zijn grote groepen mensen te vinden die financieel gezien leven bij de dag. Ze verdienen overdag het geld waarmee ze ‘s avonds eten op tafel zetten. Thuisblijven staat voor deze mensen gelijk aan honger lijden. “De opdracht om thuis te blijven en de sluiting van markten en bedrijven heeft een zware tol geëist,” stelt dr. Matshidiso Moeti, verbonden aan de WHO. “Dus er moet met name in Afrika als het gaat om de reactie op het virus een afweging worden gemaakt tussen het redden van levens en het beschermen van het levensonderhoud.”

Waakzaamheid
Hoewel verschillende Afrikaanse landen langzaam maar zeker weer terugkeren naar het leven zoals men dat voor corona kende, geldt ook voor dit continent dat de strijd tegen het virus nog lang niet gewonnen is. Het is dan ook zaak om waakzaam te blijven, zo stelt Moeti. “Voor nu is Afrika nog steeds slechts verantwoordelijk voor een kleine fractie van het totale aantal besmettingsgevallen dat we wereldwijd zien. Maar de snelheid waarmee het virus zich verspreidt, komt hoger te liggen. Vroegtijdig ingrijpen van Afrikaanse landen heeft ertoe geleid dat de cijfers laag bleven, maar constante waakzaamheid is nodig om te voorkomen dat COVID-19 de gezondheidszorg overweldigt.”


Opmerkelijke koers
Het nieuwe coronavirus heeft vanaf het begin een opmerkelijke koers gevaren in Afrika. Terwijl SARS-CoV-2 – na in China te zijn opgedoken – zich snel over de wereld verspreidde en het aantal besmettingen in Europa, Azië en de VS snel opliep, leek Afrika de dans bijna te ontspringen. Slechts mondjesmaat werden er besmettingen gemeld. En nog steeds ligt het aantal besmettingen op het continent – dat zo’n 1,3 miljard mensen herbergt – relatief laag. Het is niet helemaal duidelijk hoe dat komt. Maar de meeste onderzoekers denken dat het te maken heeft met een beperkte testcapaciteit. Het zou betekenen dat het werkelijke aantal besmettingen – en doden – dus veel hoger ligt.

Impact
Deskundigen hebben zich van begin af aan grote zorgen gemaakt over het effect dat SARS-CoV-2 op Afrika zou hebben. Met name in de overvolle grote steden en sloppenwijken zou het lastig zijn om het virus te bedwingen. Afstand houden is er praktisch onmogelijk. En de aanwezigheid van stromend water – om regelmatig de handen te wassen – is geen vast gegeven. Ook de zwakke gezondheidszorg in veel Afrikaanse landen en het gebrek aan beademingsapparatuur baarde onderzoekers zorgen. Tot op heden lijken de doemscenario’s die experts eerder voorzichtig uittekenden gelukkig niet uit te komen. Maar, zo waarschuwde de VN eind mei, het is eigenlijk nog te vroeg om een goed beeld te krijgen van de impact die COVID-19 op Afrika heeft. “Het relatief lage aantal gemelde besmettingen doet hopen dat Afrikaanse landen het ergste bespaard blijft (…) Maar voorzichtigheid is geboden, aangezien we deze ziekte nog niet helemaal doorgronden en we herhaaldelijk hebben gezien dat het aantal nieuwe besmettingen eerst traag en vervolgens exponentieel toeneemt. Het lage aantal besmettingen dat we tot op heden (in Afrika, red.) zien, kan nog altijd te maken hebben met beperkte testmogelijkheden. De Wereldgezondheidsorganisatie heeft eerder gewaarschuwd dat de pandemie in het eerste jaar in 47 Afrikaanse landen tussen de 83.000 en 190.000 mensen kan doden (…) en de sociaal-economische impact van het virus kan nog jaren ‘nasmeulen’.” En dus geldt voor Afrika wat ook voor de rest van de wereld geldt: het blijft afwachten hoe het virus zich de komende maanden gaat gedragen.