Als u twee schaakgrootmeesters tegenover elkaar ziet zitten, lijkt het misschien of er niet zoveel aan de hand is, maar hun hersenen draaien overuren. Uit onderzoek van Duitse wetenschappers blijkt dat grootmeesters een schaakprobleem op grootse wijze oplossen: ze gebruiken hun beide hersenhelften tegelijkertijd. En daar is heel wat training aan voorafgegaan…

Onderzoeker Merim Bilalic verzamelde acht steengoede schakers en acht leken en gaf ze twee opdrachten. Eerst moesten ze een probleem op het schaakbord oplossen. Daarna moesten ze geometrische vormen identificeren. Tijdens de opdrachten scande Bilalic de hersenen van de proefpersonen.

Sneller
Uit de studie blijkt dat de schaakgrootmeesters het schaakprobleem veel sneller konden oplossen en wel door delen van zowel de linker- als rechterhersenhelft te activeren. De nieuwelingen hadden vanzelfsprekend wat meer tijd nodig, maar zij gebruikten dan ook alleen de linkerhersenhelft.

Verrassend
De resultaten zijn verrassend. Bilalic had namelijk verwacht dat de schaakgrootmeesters dezelfde processen als de nieuwelingen zouden volgen, maar dan een stuk sneller. “Maar zodra de gebruikelijke hersendelen erbij betrokken waren, gebruikten de experts aanvullende structuren in de andere helft,” concludeert Bilalic. De processen worden eigenlijk parallel van elkaar uitgevoerd: in de rechter- en linkerhersenhelft.

De schaakgrootmeesters slaagden er tijdens de opdracht met geometrische vormen niet in om zowel de linker- als rechterhersenhelft te gebruiken. Dat wijst erop dat het gebruiken van beide hersenhelften alleen lukt bij specifieke taken waar al heel veel op geoefend is.