De allereerste kloon van een volwassen schaap werd in 2004 afgemaakt. Maar haar genetisch materiaal leeft voort, zo blijkt. Onderzoeker Keith Campbell heeft bekendgemaakt dat zijn onderzoeksteam het weefsel dat Dolly voortbracht, heeft gebruikt om nog vier schapen – oftewel: vier Dolly’s – te ‘maken’. Campbell mengt zich met zijn ontdekking expliciet in het debat over klonen.

“Dolly leeft nog,” zo stelt Campbell. “Genetisch gezien zijn dit Dolly’s.”

Debat
De ‘echte’ Dolly is inmiddels al zo’n vier jaar dood, maar het debat over klonen, de ethiek en veiligheid ervan is nog springlevend. Sterker nog: het debat kreeg nieuw leven ingeblazen toen bleek dat gekloonde koeien in Engeland per abuis in de voedselindustrie terechtkwamen. Engelse onderzoekers susten de rel door te stellen dat het vlees volkomen veilig is, maar de consument heeft zijn vraagtekens.

Sceptisch
Die vraagtekens begonnen al met Dolly. Een schaap kan normaal gesproken gemakkelijk twaalf jaar oud worden. Dolly werd op haar zesde afgemaakt vanwege een longziekte en artritis. Sceptici menen dat dat bewijst dat het klonen van Dolly ethisch onverantwoord was en geen gezonde dieren voort kan brengen.

Campbell wil met zijn bekendmaking de andere kant van het verhaal laten zien. Hij vertelt dat de wetenschap geleerd heeft van Dolly en dankzij die ervaringen verbeteringen kan doorvoeren. Die verbeteringen komen tot leven in de vier klonen: ze zijn kerngezond. En de vooruitzichten zijn rooskleurig, zo meent Campbell. “Veel, heel veel klonen hebben sinds Dolly een normaal leven gehad en zijn tien, elf jaar of zelfs ouder geworden.” En dat moet de sceptici stof tot nadenken geven…