Scheiding

Scheiden: het is iets van alle tijden. Al vanaf de middeleeuwen is er behoefte om voor eens en voor altijd het huwelijk te ontbinden. Toch hebben wij in Nederland pas vanaf 1971 een liberale echtscheidingswet. Tot die tijd was scheiden niet gemakkelijk. De overheid (en de koningin) ontving destijds honderden brieven van wanhopige burgers met daarin hun persoonlijke verhaal.

“Ik ben 25 jaar getrouwd geweest, waarvan ik 15 jaar lang bedrogen ben door mijn eerste vrouw. Zij bedroog mij met een huisvriend, ik heb er alles aan gedaan haar bij die man weg te houden, maar niets werkte. Het was voor mij geen leven meer. Ik ben toen weggegaan, dat was mijn fout. Zij ontkende alles tegenover de rechtbank, en wij zijn toen gescheiden van tafel en bed. Nu 20 jaar later betaal ik nog steeds alimentatie. Ik heb al 18 jaar een nieuw gezin. Maar zij komen van alles tekort. Mijn nieuwe vrouw is ziek van het harde werken. Dit was nodig om de touwtjes aan elkaar kunnen knopen. Ik ben nu 72 jaar, heb nooit vakantie gehad of kunnen ontspannen. Ik heb jaren gebeden, en het zou mij zo gelukkig maken, deze vrouw te huwen. Mocht ik komen te overlijden, dan heeft zij totaal geen inkomsten meer en gaat mijn geld naar mijn eerste vrouw.”

Het Grote-Leugen-Arrest

Volgens Brood nam vanaf het einde van de negentiende eeuw het aantal echtscheidingen, vanwege het zogeheten Grote-Leugen-Arrest, geleidelijk toe. Dit hield in dat wanneer beide partners opbiechtten dat het overspel een leugen was, de rechter moest beoordelen of dit wel door de beugel kon. Deze vond het vaak wel best en zag geen bezwaar. Die uitspraak werd zo bekend dat iedereen de gok waagde. “Was in de jaren 1880-1889 het aantal echtscheidingen per 10.000 huwelijken nog 3,5; in het decennium 1890-1899 was het 5,7 en vanaf 1900 steeg het door. In dat laatste jaar vonden er 551 echtscheidingen plaats, in 1910 waren dit er 881 en in 1920 hadden er inmiddels 1926 plaatsgevonden. In 1969 was het aantal gestegen tot zo’n 9000 per jaar.”

‘De grote leugen’
Vanaf 1838 tot 1971 was overspel één van de vier gronden waarop een echtscheiding kon worden uitgesproken. Andere gronden waren verkwisting, veroordeling tot gevangenisstraf wegens een misdrijf en mishandeling. Wanneer één van deze redenen niet aanwezig was, kon er niet gescheiden worden. Omdat deze echter lastiger waren om over te liegen was overspel zeer populair. Echter de schuldvraag was van belang betreffende het recht op en de verplichting tot betaling van alimentatie. De alimentatie van een overspelige echtgenoot kon namelijk worden beperkt of ontzegd. Maar zoals de 72-jarige man van hierboven schreef aan de overheid, moest dit wel bewezen en/of erkend worden. Zodra de partner zou erkennen dat hij of zij vreemd was gegaan, kon het huwelijk worden ontbonden. “Omdat overspel kon worden gebruikt om een echtscheiding aan te vragen was het gevolg daarvan dat partners elkaar beschuldigden van overspel terwijl dit niet altijd waar was” vertelt Paul Brood, schrijver van het boek ‘Scheiden doet lijden’ en archivaris en rechtshistoricus, aan Scientias. “Dit werd “de grote leugen” genoemd. Toen in 1971 de nieuwe wet van kracht ging, had de schuldvraag zo goed als geen invloed meer op het recht op alimentatie of het ontbinden van het huwelijk. Dit maakte een einde aan het fenomeen.

Minister Carel Polak zorgde ervoor dat de echtscheidingswet uiteindelijk werd gemoderniseerd in 1971. De nieuwe wet zorgde voor een verdubbeling van het aantal echtscheidingen. / Foto gemaakt door Verhoeff, Bert / Anefo.

Minister Carel Polak zorgde ervoor dat de echtscheidingswet uiteindelijk werd gemoderniseerd in 1971. De nieuwe wet zorgde voor een verdubbeling van het aantal echtscheidingen. / Foto gemaakt door Verhoeff, Bert / Anefo.

De scheiding van de middeleeuwen
Ver voor 1971 was een echtscheiding helemaal niet mogelijk. Alleen de dood kon een huwelijk ontbinden. “Religie speelde een alles overheersende rol aangaande echtscheiding” vertelt Brood. “De nietigverklaring was in die tijd de enige oplossing. Men nam zijn toevlucht tot het niet voldaan van de huwelijksvereisten zoals het niet consumeren van het huwelijk, een te jonge leeftijd of het feit dat iemand al gehuwd is. Op basis van één van deze redenen werd het huwelijk nietig verklaard en had het dus eigenlijk nooit bestaan.” Wat ook veel gebeurde is dat één van de partners gewoon vertrok; een scheiding van tafel en bed. “Binnen de Katholieke Kerk bestond de plicht dat echtgenoten bij elkaar bleven. In de praktijk was dit niet altijd mogelijk. Middels een scheiding van tafel en bed bleef het huwelijk toch in stand.” Ook waren er veel echtparen die illegaal uit elkaar gingen zonder de noodzakelijke procedures te volgen. “Men kon eenvoudig weglopen, ‘met de noorderzon vertrekken’ en dit werd dan ook regelmatig gedaan.”

Jan en Catrijn Klaassen

Dit ‘beroemde’ echtpaar was een grote inspiratie voor een 19de eeuws poppenkastspel. Meneer en mevrouw Klaassen moesten in 1706 voor de kerkenraad in Amsterdam verschijnen omdat zij volgens scheiding van tafel en bed leefden. De twee hadden een zeer rumoerig huwelijksleven. Catrijn was namelijk een ‘kwaadaardig wijf’ die vaak dronken was en haar man mishandelde. Jan was een goedzak die het gedrag van zijn vrouw lang had verdragen. In het jaar 1705 was voor hem de maat vol; hij vertelde de kerk dat zijn vrouw hem had verlaten en dat hij zich niet meer met haar wilde verzoenen. De raad verbood hen vervolgens deel te nemen aan kerkdiensten. Tot in de 20ste eeuw speelden hun personages de hoofdrollen in de poppenkast op de Dam; als ruziënde echtelieden tot vermaak van het publiek.

1971
Omdat met name in het christelijk deel van ons land de Bijbelteksten leidend waren tijdens een echtscheiding was er lange tijd onvoldoende draagvlak voor een wetswijziging. “Dankzij de maatschappelijke discussie en de veranderende tijdsgeest kon de wet pas in 1971 worden aangepast.” Minister van Justitie Carel Polak drukte de wet er uiteindelijk door. “Voortaan was de enige grond voor een echtscheiding ‘duurzame ontwrichting’. Wanneer beide partners het hier mee eens zijn, kan het huwelijk worden ontbonden.” De wet bleek erg gewild: deze zorgde voor een verdubbeling van van het aantal echtscheidingen in tien jaar tijd.

De moeilijke tijd waarin scheiden zo lastig was heeft zijn sporen nagelaten in het Nationaal Archief. Daar liggen nu vele brieven, ooit verzonden aan onze overheid en koningin. Ze zijn nu het uitgangspunt geworden van het boek ‘Scheiden doet Lijden’. Het boek is geschreven na aanleiding van het afstudeeronderzoek naar de echtscheidingswetgeving in 1971 van Michiel de Wolde, oud-student aan de Rijksuniversiteit Groningen. De brieven zijn te bewonderen op de website van gahetNa, in het Geugenpaleis in het Nationaal Archief te Den Haag en in het boek.

Het programma ‘Andere tijden’ van de VPRO weidde op 12 januari een uitzending aan de echtscheidingswet. Bekijk deze hier.