Tot die opmerkelijke conclusie komen onderzoekers.

Het is al lang bekend dat kinderen van gescheiden ouders een grotere kans hebben om later ook zelf een echtscheiding door te maken. En zo kan het dus zomaar zijn dat alle mensen uit een gezin op een zeker moment een echtscheiding hebben meegemaakt. Maar hoe komt het nu dat er in sommige families veel echtscheidingen voorkomen?

Psychologisch
Lang werd gedacht dat het te maken had met psychologische factoren. Kinderen van gescheiden ouders zouden zelf een grotere kans hebben om te scheiden, omdat ze zien dat hun ouders moeite hebben om hun conflicten te controleren of onvoldoende energie in hun relatie steken. En als de kinderen wat groter zijn, zijn ze zo vertrouwd met dat gedrag dat ze het in hun eigen relaties ook gaan vertonen.

Ben je niet meer zo tevreden met je huwelijk? Kijk eens naar foto’s van puppy’s. Want het is wetenschappelijk bewezen dat dat helpt.

Genetische factoren
Maar een nieuw onderzoek verklaart het feit dat kinderen van gescheiden ouders een grotere kans hebben om zelf te scheiden op een heel andere manier. “Wij hebben consistent bewijs gevonden dat genetische factoren de belangrijkste verklaring zijn voor scheidingen in generatie op generatie,” vertelt onderzoeker Jessica Salvatore.

Grote dataset
De onderzoekers bogen zich over de gegevens in een nationale Zweedse databank om helder te krijgen waarom in sommige gezinnen veel scheidingen voorkomen. En ze deden een opmerkelijke ontdekking. Mensen die geadopteerd waren, hadden een vergrote kans om te scheiden als hun biologische ouders en biologische broers en zussen gescheiden waren. En verrassend genoeg bleken geadopteerde mensen geen grotere kans te hebben om te scheiden als hun adoptie-ouders een echtscheiding hadden doorgemaakt. Het suggereert dat de verhoogde kans op echtscheiding niet in de omgeving, maar in de van de biologische ouders verkregen genen zit. “Ik vind het een significante ontdekking,” stelt onderzoeker Kenneth Kendler. “Bijna alle eerdere literatuur stelt dat een scheiding psychologisch van generatie op generatie wordt doorgegeven. Onze resultaten spreken dat tegen en suggereren dat genetische factoren veel belangrijker zijn.”

Maar over welke genen hebben we het dan? Op dit moment denken de onderzoekers dan aan genen die ten grondslag liggen aan bepaalde persoonlijkheidskenmerken. “Zo is er bijvoorbeeld onderzoek dat aantoont dat mensen die heel neurotisch zijn, geneigd zijn om het gedrag van hun partners negatiever te ervaren dan het in werkelijkheid is,” vertelt Salvatore. Wellicht kunnen relatietherapeuten zich dan ook beter op zo’n door persoonlijkheid ingegeven verstoorde kijk op de werkelijkheid richten, dan op de ‘psychologische schade’ die een stel met relatieproblemen door gescheiden ouders zou hebben opgelopen.