vuurwapen

Zo’n twintig tot dertig procent van de massamoorden en schietpartijen op scholen blijkt het resultaat van ‘besmetting’.

Tot die conclusie komen onderzoekers nadat ze massamoorden – gebeurtenissen waarbij vier of meer mensen gedood werden – en schietpartijen op scholen analyseerden. Alle moorden vonden plaats in de VS. Met behulp van een model stelden ze vast of deze gebeurtenissen dienst deden als inspiratie voor toekomstige vergelijkbare gebeurtenissen.

In de VS
Gemiddeld vindt in de VS elke twee weken een massamoord met een vuurwapen plaats. Gemiddeld vindt er elke maand een schietpartij op een school plaats.

Het idee voor de analyse ontstond in januari 2014, zo vertelt onderzoeker Sherry Towers. “In januari 2014 zou ik een ontmoeting hebben met een onderzoeksgroep aan de Purdue University. Die ochtend was er een schiet- en steekpartij waarbij één student het leven liet. Ik realiseerde me dat er in de week ervoor drie andere schietpartijen op scholen in het nieuws waren geweest en vroeg me af of het toeval was of dat deze gebeurtenissen – middels de media – kwetsbare mensen onbewust op een idee brachten.”

Uit de analyse blijkt dat dat laatste inderdaad het geval is. “Het kenmerk van besmetting is dat je een patroon ziet dat gekenmerkt wordt door gebeurtenissen die kort op elkaar, in plaats van geheel willekeurig plaatsvinden.” Uit het onderzoek blijkt dat massamoorden en schietpartijen op scholen in de dertien dagen die daarop volgen besmettelijk zijn. Zo’n twintig tot dertig procent van de massamoorden en schietpartijen op scholen blijkt bovendien geïnspireerd te zijn op een vergelijkbaar incident in het recente verleden. “Hoewel we nooit kunnen bepalen welke schietpartijen geïnspireerd zijn op eerdere schietpartijen, helpt deze analyse ons om de verschillende aspecten die aan deze gebeurtenissen ten grondslag liggen, te begrijpen.”