Een lekker windje. Dat is exact wat een schimmel nodig heeft om diens sporen goed en ver te kunnen verspreiden. Maar wat als het weer niet meezit? Dan creëren sommige schimmels hun eigen wind, zo blijkt uit onderzoek. Dankzij die vaardigheid kunnen de sporen het maar liefst dertig keer verder schoppen dan zonder windje.

De schimmel in kwestie – Sclerotinia sclerotiorum – heeft meerdere ‘kopjes’ waarin de sporen zitten opgeslagen. Wanneer de schimmel de sporen kopje voor kopje lanceert, zouden deze maar enkele millimeters ver komen. Daarom zorgt het organisme ervoor dat alle kopjes (soms wel duizenden) hun sporen synchroon loslaten. Zo ontstaat een hele kleine en zeer lokale luchtstroom waarop de sporen mee kunnen liften.

Foto
Onderzoeker Marcus Roper fotografeerde de luchtstroom en sporen met behulp van hele snelle camera’s. Hij toont aan dat duizenden synchrone ejecties ervoor zorgen dat er een kleine luchtstroom ontstaat waardoor sporen veel verder reizen. Soms belanden de zaadjes wel tien centimeter ver. Dat is een flinke verbetering ten opzichte van de individuele ejectie waarbij zaadjes hooguit enkele millimeters ver komen.

WIST U DAT…

…veenmos zijn zaadjes ook lanceert? Dat levert mooie foto’s op!

Prikkel
Roper en zijn team zijn er ook achtergekomen hoe de schimmel zo’n synchrone actie voor elkaar krijgt. Een externe prikkel – mogelijk een verandering in de luchtdruk – zorgt ervoor dat de ejectie start. Die eerste ejectie zet de rest van de schimmel aan om de sporen ook los te laten.

De Sclerotinia sclerotiorum is slechts één soort, maar de onderzoekers vermoeden dat alle 8000 verwante schimmelsoorten tevens gebruik maken van ‘zelfgemaakte’ wind. Onderzoek naar de schimmel en diens verspreiding is belangrijk; de schimmel maakt het leven van veel boeren zuur. Door te achterhalen hoe de schimmel zich verspreidt, kan deze misschien een halt worden toegeroepen.

De schimmel laat de sporen los. Foto: M. Roper/University of California, Berkley