Nieuw onderzoek suggereert voorzichtig dat UV-licht een goed alternatief is voor het chloor dat momenteel in zwembaden wordt gebruikt om ze schoon te houden.

Wanneer we in een zwembad zwemmen, laten we allerlei stofjes achter in het water: zweet, huidschilfers en huidvet, maar ook micro-organismen (bacteriën en virussen). Die micro-organismen kunnen op de wanden van zwembaden gaan groeien, waardoor een slijmerig laagje biofilm ontstaat. Daar zitten zwemmers en zwembadeigenaren natuurlijk niet op te wachten. Dus wordt er vaak hypochloriet ingezet. Dit doodt de micro-organismen, waardoor ze niet kunnen groeien en geen biofilm kunnen vormen.

Bijproducten
Maar dit chloorproduct heeft een groot nadeel. Het reageert met andere verontreinigingen in het water, zoals zweet en urine. Zo ontstaan desinfectiebijproducten die irriteren.

Polymeer
Het gebruik van hypochloriet is dus niet ideaal. Daarom besloot onderzoeker Marjolein Peters op zoek te gaan naar een alternatief. Allereerst pleit ze – op basis van experimenten – voor het gebruik van een polymeer in zwembaden. “Polypropeen is een goed materiaal om te gebruiken, want daar groeide de minste biofilm op. Op beton en roestvrijstaal groeide de meeste biofilm.”

UV-licht
Ook onderzocht Peters de verwijdering van biofilm met behulp van UV-licht in plaats van chloor. Micro-organismen die geen biofilm vormen, maar wel in het zwembadwater blijven, kunnen tijdens de circulatie van het water verwijderd en geïnactiveerd worden met behulp van UV-straling. De zuivering kent drie stappen. Eerst worden met een biologisch filter de opgeloste stoffen uit het water gefilterd (in dit filter zitten micro-organismen die deze stoffen ‘opeten’). Vervolgens gaat het water door een heel fijne zeef. Deze zeef verwijdert bijvoorbeeld haren, maar ook huidschilfers en micro-organismen tot 0,2 micrometer. De micro-organismen die daarna nog in het water achter zijn gebleven, worden met UV-licht bestraald en zo geïnactiveerd.

Duurder

Net als chloor heeft ook UV-zuivering een nadeel. “Het UV-gebaseerde zuiveringsproces is wel duurder dan het gebruik van hypochloriet. Dit komt onder andere doordat het water binnen een korte tijd langs de UV-lampen gecirculeerd moet worden om effectief te zijn. Dit kost bij de grotere recreatie- en wedstrijdbaden meer energie. Daarom is het UV-zuiveringsproces waarschijnlijk beter toepasbaar in de kleinere baden, zoals een peuter- of therapeutisch bad, waar de wateromloop kleiner is.”

De kwaliteit van het water
Het levert schoon zwembadwater op, zonder dat daar chloor of desinfectiebijproducten bij komen kijken. Wel is het, omdat de micro-organismen alleen in de zuivering geïnactiveerd worden, belangrijk de microbiologische kwaliteit van het water te monitoren. Peters berekende in welke mate ziekteverwekkers (zoals E. coli en Salmonella) nog in het water aanwezig zijn. “Het resultaat was dat 1,8 op de 100.000 mensen kans heeft geïnfecteerd te worden door ziekteverwekkende E. coli-bacteriën die achterblijven in het water. Dit is een hele kleine kans, waarvan de kans dat je hierdoor ook daadwerkelijk ziek wordt nog lager is.”

Het onderzoek is veelbelovend, maar om er zeker van te zijn dat UV-licht een alternatief kan zijn voor chloor, zijn grootschaligere experimenten nodig. “Om vervolgens een UV-gebaseerd zuiveringsproces te kunnen realiseren in zwembaden, moet de wet, die nu chloorproducten voorschrijft, wel worden aangepast.”