tiener

Een heftige woordenwisseling met een puber waarin wat beledigingen en scheldwoorden worden uitgewisseld: het is niet leuk, maar toch altijd nog beter dan een handgemeen. Toch? Nee, zo stelt nieuw onderzoek. Nare dingen schreeuwen tegen een tiener blijkt net zo slecht te zijn voor diens welzijn als fysiek geweld.

Dat schrijven onderzoekers in het blad Child Development. Hoewel flink veel ouders toegeven wel eens tegen hun kind te schreeuwen en daarbij nare dingen te zeggen, is er nog nooit onderzoek gedaan naar de effecten van die schreeuwpartijen. Deze nieuwe studie brengt daar verandering in.

Het onderzoek
De onderzoekers volgden gedurende twee jaar 967 jongvolwassenen en hun ouders. In die periode vulden de ouders en kinderen regelmatig vragenlijsten in waarop onder meer gevraagd werd naar demografische gegevens (leeftijd, geslacht, beroep, inkomen, etc.) hun mentale gezondheid, opvoedtechnieken en de relatie tussen ouder en kind.

WIST U DAT…

…tieners die in de auto naar hun favoriete muziek luisteren, vragen om ongelukken?

De resultaten
Uit het onderzoek blijkt dat ouders die tegen hun kinderen schreeuwden een zeer negatief effect hadden op het gedrag van hun kinderen. Zo bleken kinderen die te maken hadden gehad met harde corrigerende woorden meer symptomen van depressie te vertonen. Ook was de kans dat ze gedragsproblemen – zoals asociaal en agressief gedrag – hadden, groter. Dat negatieve effect was zelfs vergelijkbaar met het effect dat het fysiek corrigeren van kinderen had. Een andere belangrijke conclusie is dat het negatieve effect dat schreeuwen tegen een kind heeft niet minder is als ouders en kinderen verder een prima band hebben en de kinderen met liefde worden opgevoed. Ook als ouders zelden tegen hun kinderen schreeuwen, heeft zo’n schreeuwpartij een negatief effect op het gedrag van hun kroost. “Zelfs als je je kind altijd steunt en slechts één keer de controle verliest, is dat slecht,” stelt onderzoeker Ming-Te Wang.

Uit het onderzoek blijkt ook dat kinderen vaker met harde woorden te maken kregen als ze reeds probleemgedrag vertoonden. Maar dat probleemgedrag verergerde aanzienlijk door het geschreeuw van ouders. “Het is een vicieuze cirkel. Probleemgedrag van kinderen creëert het verlangen om ze met harde woorden aan te pakken, maar dat verlangen kan die jongvolwassenen wel eens verder in de richting van het probleemgedrag duwen.” Ouders die hun kinderen toch op hun probleemgedrag willen wijzen, doen er verstandig aan om dat niet met harde woorden te doen. Beter bespreken ze de situatie met hun kind, waarbij ze hun kroost niet neerbuigend, maar gelijkwaardig behandelen. Bijvoorbeeld door uit te leggen waarom ze zich zorgen maken.