De moderne mens kon slecht omgaan met onbekende ziekten, maar seks met de Neanderthaler maakte ons weerbaarder, zo blijkt.

Dat moderne mensen en Neanderthalers ooit seks hadden, is al lang geen geheim meer. Maar onderzoekers vroegen zich af of we er iets aan gehad hadden. Was de moderne mens ‘beter’ geworden door de geslachtsgemeenschap (vermenging van genen) met de Neanderthaler? Nieuw onderzoek toont aan van wel.

Genen
Onderzoeker Peter Parham bestudeerde 200 genen die van belang zijn voor het immuunsysteem van de mens. Deze genen zijn er in verschillende varianten (allelen genaamd) en stellen ons in staat om adequaat op tal van ziektes te reageren. Parham vergeleek de genen van mensen uit verschillende delen van de wereld met die van de Neanderthaler en de Homo Denisova (een andere mensachtige waarmee de moderne mens zich vermengd heeft).

WIST U DAT…

…wetenschappers vorig jaar de slaapkamer van een Neanderthaler hebben ontdekt?

Homo Denisova
Hij ontdekte dat één allel voorkomt in Europeanen en Aziaten, maar dat Afrikanen het niet hebben. En ook de Neanderthaler bleek in bezit te zijn van dit ene allel. Voor een andere allel gold dat de moderne mens het van de Homo Denisova had ‘gekregen’. Het bewijst dat de moderne mens nuttige genen aan de geslachtsgemeenschap met andere mensachtigen overhield.

Bescherming
De Neanderthaler en Homo Denisova leefden al duizenden jaren buiten Afrika toen de moderne mens uit Afrika kwam zetten. Daardoor waren de mensachtigen heel weerbaar tegen lokale ziekten. Ze ‘hielpen’ de moderne mens aan diezelfde weerbaarheid door seks met ze te hebben. En dat is maar goed ook: de moderne mens had enkel genen die deze beschermden tegen lokale (en dus: Afrikaanse) ziekten. Zonder de geslachtsgemeenschap had de moderne mens het buiten Afrika waarschijnlijk niet volgehouden.

Uit het onderzoek blijkt dat de helft van alle allelen van ons Europeanen afkomstig is van andere menschatigen. Onder Chinezen gaat het om 72 procent van de allelen. En in Papoea Nieuw-Guinea zelfs om meer dan negentig procent. Waarschijnlijk is dat verschil te verklaren doordat in het oosten meer ziekten voorkwamen dan in het noorden.