Neanderthalers en Homo sapiens deelden het bed en hun genen. Maar was dit sporadisch en uit gewelddadige overwegingen? Of was er sprake van regulier sociaal contact?

Wetenschappers van de universiteit Leiden zijn aan het onderzoeken hoe hecht de relatie tussen Neanderthaler en Homo sapiens was. Dat er in ieder geval seksuele betrekkingen waren, staat inmiddels namelijk vast: er is genetisch materiaal van Neanderthalers aangetroffen in een 45.000 jaar oude Homo sapiens. Maar het materiaal is niet veel en dergelijke vondsten zijn zeldzaam.

Solide contact of vijandig avontuurtje?
Om er achter te komen hoeveel Neanderthaler wij moderne mensen, nu nog in ons hebben is het belangrijk om te weten hoe het seksueel contact tussen de twee mensengeslachten tot stand kwam en of dit geruime tijd bleef bestaan. Volgens professor in de archeologie en menselijke origine Marie Soressi impliceert een solide contact meer seksueel contact en dus meer Neanderthaler-genen voor ons. “We weten nu nog niet genoeg over de omgang tussen Neanderthaler en Homo sapiens. Kwam de seks voort uit oorlogsvoering en overwinning? Oftewel: love or war? En als er strijd was, wie overwon dan wie? Het kan ook zijn dat er sprake was van een zeker vriendschappelijk contact en samenwerking, waaruit vervolgens seksuele contacten vloeiden. Als dat laatste het geval is, zullen we in dit onderzoek daar zeker aanknopingspunten voor vinden.”


Vriendjes hebben zelfde productiewijze
Het uitgangspunt van Soressi is eenvoudig: groepen mensen die regelmatig goed contact met elkaar hebben, delen niet bij toeval sporadisch genen, maar ook kennis en ervaring met zekere regelmaat. “We gaan terug naar de belangrijkste plekken voor archeologische vondsten en zullen alle voorwerpen onderzoeken die van beide mensen afkomstig zijn. Wat daarbij voor ons onderzoek van belang is, is hoe de voorwerpen gemaakt zijn. Als Homo sapiens en Neanderthalers op dezelfde manier en met dezelfde materialen hun gebruiksvoorwerpen, wapens en decoratieve artikelen produceerden, dan weten we dat zij ervaring en kennis gedeeld hebben. Dan weten we dat de één de ander geleerd heeft, hoe je iets moet doen. Je doet het voor, je deelt je kennis en de ander luistert en doet daar zijn voordeel mee. Dat doe je namelijk niet met vijanden, maar met mensen met wie je een goed contact hebt.”

Speerpunten
Ook in het geval van een oppervlakkig of vijandig treffen, kun je voorwerpen zien bij de ander die je wilt namaken en kopiëren. “Het zal dan echter niet mogelijk zijn om die voorwerpen op precies dezelfde manier na te maken. Wapens van een andere groep mensen, daar kom je natuurlijk mee in aanraking als je tegen de ander vecht. Dus dan neem je speerpunten mee en die bestudeer je. Als je denkt dat je eigen stam wat opschiet met die andere speerpunten, kan je ze proberen na te maken, maar omdat je niet precies weet hoe, kan het er oppervlakkig wel hetzelfde uit gaan zien als het origineel, maar wij kunnen toch zien dat het is nagemaakt. Die productiewijze, die kunnen we nagaan en onderzoeken. Als we op een bepaalde schaal spullen vinden die wél op precies dezelfde productiewijze tot stand zijn gekomen, dan weet je dat dit geen toeval kan zijn. Je hebt dan aannemelijk gemaakt dat er een regulier sociaal contact was, waarbij ook genen bewúst zijn gedeeld, niet onbewust tijdens een al dan niet vijandige ontmoeting.”

“Het grote probleem met de theorie dat er vriendschappelijk regelmatig contact was, is de kleine hoeveelheid mensen die rondliepen”

Dunbevolkt Europa
De Leidse professor is net aan haar onderzoek begonnen en houdt nog in het midden wat zij denkt te kunnen aantonen. Toch is zij hoopvol over de bevindingen. “Het grote probleem met de theorie dat er vriendschappelijk regelmatig contact was, is de kleine hoeveelheid mensen die rondliepen. We schatten dat er hooguit zo’n 15.000 mensachtigen rond liepen, verdeeld over heel Europa. Dan heb je het dus over 45.000 jaar geleden. Dat is een zeer dunne bevolking. Er is dus wel consensus geweest dat het wel heel toevallig zou zijn dat de twee mensengeslachten elkaar überhaupt getroffen hebben. En toch weten we nu dat dit heel duidelijk het geval geweest moet zijn. De volgende stap, dat ze elkaar regelmatig en met opzet troffen, wordt daarmee wat kleiner. Europa is groot, maar het aantal plekken dat gunstige overlevingskansen bood, zijn nu ook weer niet zo talrijk dus het is waarschijnlijk dat er toch wel duidelijke concentraties waren in de bevolking van Europa.”


De Neanderthaler in ons
Weten hoe het contact tussen Neanderthaler en Homo sapiens verliep is volgens Soressi tot slot van groot belang voor de moderne mens. “We weten dat de twee mensensoorten gedurende een bepaalde periode naast elkaar hebben bestaan in Europa, daar is er maar één van over gebleven. Als we weten waarom en hoe dat heeft plaatsgevonden, weten we meer over onszelf en hoe we overleven. We weten ook dat er genetische uitwisseling is geweest. Als we over meer kennis beschikken omtrent welke genetische bijdragen zijn geselecteerd, zullen we de moderne mens, onszelf, ook beter begrijpen.”