Nieuw onderzoek toont aan dat sidderalen soms echt uit het water springen om indringers een lesje te leren.

In de negentiende eeuw bezocht ontdekkingsreiziger Alexander von Humboldt de Amazone. En daar maakte hij naar eigen zeggen iets heftigs mee. Hij zag hoe sidderalen een aantal paarden die het water instapten, aanvielen. Twee paarden verdronken binnen vijf minuten.

Lacherig
Gedurende twee eeuwen werd er over zijn anekdote wat lacherig gedaan. Humboldt zou in het gunstigste geval flink overdreven hebben. Zo dacht bioloog Kenneth Catania er in ieder geval wel over. “De eerste keer dat ik het verhaal van Humboldt las, vond ik het heel bizar,” vertelt hij. “Waarom zouden de sidderalen aanvallen in plaats van wegzwemmen?”

WIST JE DAT…
…onderzoekers recent ontdekt hebben dat sommige vissen met vervroegd pensioen gaan?

Uit het water
Inmiddels denkt Catania er echter anders over. In zijn lab bestudeert hij namelijk sidderalen. Die sidderalen zitten in grote tanks en worden zo af en toe door de onderzoekers met schepnetten uit de tank gehaald. Wanneer de onderzoekers dat doen, zijn de grotere alen niet geneigd om het net te vermijden. In plaats daarvan vallen ze het schepnet aan door uit het water te springen en hun kin tegen de steel van het net aan te duwen en tegelijkertijd een aantal zeer krachtige schokken te produceren.

Krachtige schok
Uit eerder onderzoek was al gebleken dat sidderalen eigenlijk alles wat geen elektriciteit geleidt, negeren. Dat is logisch, omdat levende wezens doorgaans elektriciteit geleiden. Ook bleek uit onderzoek dat kleine geleiders door de sidderalen als prooi werden gezien en grote geleiders als roofdieren (en dus een bedreiging). Het schepnet zagen de sidderalen duidelijk als een bedreiging. Maar waarom geven ze dan hun hele lijf bloot om die bedreiging aan te pakken? Om dat uit te zoeken, zocht Catania uit hoe krachtig de schokken van de sidderalen waren wanneer ze uit het water sprongen. Hij ontdekte dat de schok veel krachtiger was wanneer de sidderalen uit het water sprongen. Dat is ergens logisch: als een sidderaal onder water zit, verspreidt de kracht van zijn schok zich door het water. Wanneer de sidderaal boven het water uitkomt, kan hij de elektrische schok middels zijn kin direct afleveren bij het roofdier. “Dat stelt sidderalen in staat om schokken met een maximale kracht af te leveren bij landdieren die deels in het water staan en het territorium van de sidderalen binnendringen. Het stelt ze ook in staat om een veel groter deel van het lichaam van de indringer te elektrocuteren.”

Een sidderaal valt in het laboratorium een door de onderzoekers geknutselde kop van een krokodil aan. In de kop zitten LED-lampjes die oplichten door de schok van de aal. Hierdoor wordt zichtbaar dat de sidderaal met name een krachtige schok weet af te leveren als deze uit het water komt zetten. Afbeelding: Kenneth Catania / Vanderbilt.

Een sidderaal valt in het laboratorium een door de onderzoekers geknutselde kop van een krokodil aan. In de kop zitten LED-lampjes die oplichten door de schok van de aal. Hierdoor wordt zichtbaar dat de sidderaal met name een krachtige schok weet af te leveren als deze uit het water komt zetten. Afbeelding: Kenneth Catania / Vanderbilt.

Ondiep water
Uit het onderzoek van Catania blijkt bovendien dat sidderalen vaker uit het water sprongen om roofdieren aan te vallen wanneer de waterstand in de tanks laag was. Dat doet weer denken aan het verhaal van Humboldt. Een groot deel van het Amazonebekken – waarin de sidderaal leeft – staat tijdens het regenseizoen onder water, maar tijdens het droge seizoen trekt het water zich terug en blijven er veel kleine poeltjes achter. Die poeltjes beperken de bewegingsvrijheid van de alen en maken ze kwetsbaarder voor roofdieren. Ondanks de enorme kracht van de sidderalen kunnen zij roofdieren die een groot deel van het lijf uit het water weten te houden, moeilijk uitschakelen als ze zelf volledig onder water blijven. Om de meest krachtige schok te kunnen toedienen, moet een sidderaal ten eerste zo dicht mogelijk bij het roofdier in de buurt komen, vervolgens direct contact maken en dat het liefst boven water. Zodra het hoofd van de sidderaal boven water is, geldt: hoe hoger de aal het weet te schoppen, hoe harder deze de bedreiging aan kan pakken.

Samenvattend is het volgens Catania dan ook tijd om Humboldt als het gaat om zijn verhaal over sidderalen wat serieuzer te gaan nemen. “Het lijkt heel aannemelijk dat hij vergelijkbaar gedrag van sidderalen zag op 19 maart 1800.”