En daarmee valt het beeld dat we van slangen hebben – solitaire jagers en eters – aan gruzelementen.

Wetenschappers komen tot die conclusie nadat ze de Cubaanse boa bestudeerden. Deze slang hangt graag rond in grotten waar vleermuizen huizen. De slangen gaan dan nabij de ingang van de grot aan het plafond hangen en grijpen de vleermuizen die de grot binnen willen gaan of willen verlaten.

Op jacht
Al snel viel het de onderzoekers op dat er soms meerdere boa’s in zo’n grot aanwezig waren en dat die slangen hun posities zo coördineerden dat ze als het ware een muur vormden voor de ingang van de grot. Hierdoor werd het lastig of onmogelijk voor vleermuizen om de grot in of uit te gaan zonder daarbij binnen het bereik van een boa te komen. Zo’n samenwerking tussen slangen was altijd succesvol, zo is in het blad Animal Behavior and Cognition te lezen. En hoe meer slangen er meededen, hoe minder tijd het de slangen kostte om allemaal een vleermuis te grijpen. Heel anders was het wanneer een boa in zijn eentje op jacht ging: soms slaagde zo’n slang er helemaal niet in om een maaltijd te regelen.

Bijzonder
De observaties zijn bijzonder. Tot op heden zijn ons maar enkele slangensoorten bekend die in groepen jagen. En coördinatie onder slangen – of andere in groepen jagende reptielen – hebben onderzoekers zelfs nog nooit aan kunnen tonen. Tot nu dus. Toch wil dat niet zeggen dat de Cubaanse boa uniek is. “Het is mogelijk dat de gecoördineerde jacht niet ongebruikelijk is onder slangen, maar er is veel meer geduldig veldonderzoek nodig om dat te achterhalen,” stelt onderzoeker Vladimir Dinets. Tot op heden zijn slechts enkele van de 3650 slangensoorten die ons bekend zijn, terwijl ze in het wild op jacht waren, geobserveerd.

De ontdekking dat Cubaanse boa’s aan gecoördineerde jachtpartijen doen, heeft ook implicaties voor de toekomst van de soort. Dinets wijst erop dat er op de slangen gejaagd wordt: ze zijn een bron van voedsel en worden daarnaast veelvuldig als huisdier verkocht. Hierdoor lopen hun aantallen terug. “Ik vermoed dat als hun aantallen in een grot afnemen, ze niet meer in groepen kunnen jagen en uitsterven, zelfs wanneer enkele van hen niet door jagers gevangen worden.”