Tieners die moeite hebben om ’s ochtends het bed uit te komen, zijn niet lui, maar hebben gewoon een tekort aan zonlicht. Dat menen onderzoekers. De adolescent van de 21e eeuw brengt veel tijd binnen door en mist daardoor zonlicht en met name het cruciale ochtendlicht. Hierdoor raakt zijn lichaamsklok de kluts kwijt.

Gevolg? De tieners voelen zich ’s avonds minder slaperig, gaan later naar bed en zijn de volgende dag extra moe. Volgens onderzoekers kan het tekort aan zonlicht er wel eens voor zorgen dat tieners slechter presteren op school.

“Als tieners meer tijd binnenshuis doorbrengen dan missen ze het essentiële ochtendlicht dat hun biologische 24-uurssysteem stimuleert en de de cyclus van slapen en wakker zijn regelt,” vertelt onderzoeker Mariana Figueiro. Met name het kortegolf of blauwe licht dat ’s ochtends heerst helpt het lichaam om nauwkeuriger te bepalen wanneer het het hormoon melatonine los moet laten. Melatonine is voor het lichaam het signaal dat het moet gaan slapen. Gemiddeld valt een mens twee uur nadat het hormoon is vrijgekomen in slaap.

Zodra tieners het ochtendlicht missen, weet het lichaam niet goed wanneer het melatonine los moet laten waardoor de hele cyclus van het slapen en wakker zijn verstoord wordt. Hierdoor gaan de tieners later naar bed.

De onderzoekers testten hun theorie met elf leerlingen tussen de dertien en veertien jaar oud. Zij kregen allemaal speciale brillen die ervoor zorgden dat het blauwe licht hun ogen niet kon bereiken als ze naar buiten gingen. Na vijf dagen met het brilletje gelopen te hebben, gingen de tieners al een half uur later naar bed dan normaal het geval was. “Als je het blauwe licht in de ochtend wegneemt dan vertraagt dat de opkomst van melatonine.”

De oplossing is simpel. Zo zou het ontwerp van scholen zo moeten worden aangepast dat er meer natuurlijk licht naar binnen kan komen. Ook eens een keertje naar school fietsen in plaats van met de bus kan geen kwaad.